Articles

Het startschot voor de i-grond-jurisprudentie is met de eerste gepubliceerde uitspraak gegeven (annotatie)

Het startschot voor de i-grond-jurisprudentie is met de eerste gepubl

Het startschot voor de i-grond-jurisprudentie is met de eerste gepubliceerde uitspraak gegeven (annotatie)

06.04.2020 NL law

In deze annotatie houdt Astrid Helstone het rechterlijke toetsingskader, alsmede de meerwaarde van de i-grond, in de eerste gepubliceerde i-grond uitspraak kritisch tegen het licht.

Opvallend aan deze uitspraak is dat de werkgever geen afzonderlijke motivering van de i-grond in het ontbindingsverzoek had opgenomen: kennelijk ging de werkgever ervan uit dat de i-grond als subsidiaire restgrond niet afzonderlijk hoefde te worden toegelicht en vanzelf en zonder nadere onderbouwing logischerwijs uit een mathematische optelsom van alle gronden voortvloeide. Dat is niet het geval: de i-grond is evenals alle andere in artikel 7:669 lid 3 BW opgesomde gronden een opzichzelfstaande grond, waarbij een cumulatie van onvoldragen gronden kan worden samengevoegd tot één redelijke ontslaggrond. Die cumulatiegrond en de ‘redelijkheid’ hiervan zullen dus nog steeds door de werkgever moeten worden toegelicht: hieraan heeft de invoering van de i-grond niets veranderd. Overigens zou een afzonderlijke toelichting van de i-grond in dit geval waarschijnlijk niet tot een andere – voor de werkgever – positieve uitkomst van de ontbindingsprocedure hebben geleid.

De vraag naar de meerwaarde van de i-grond ten opzichte van de andere ontslaggronden blijft onverminderd actueel. Wat schiet de werkgever hiermee op en in welke gevallen is het proces-strategisch gezien verstandig de i-grond aan te voeren? Duidelijk is volgens Astrid Helstone dat de door de wetgever met de Wab beoogde flexibilisering van het Wwz-ontslagrecht en de ‘wendbaarheid’ van werkgevers door de i-grond niet zal worden gerealiseerd. Voor de nadere gedachtenvorming over deze ‘wendbaarheid’ zijn de recente aanbevelingen van de commissie-Borstlap relevant: volgens de commissie moet de kantonrechter de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever altijd ontbinden bij een in de persoon van de werknemer gelegen ontslaggrond, ongeacht of er een redelijke grond is (mits het verzoek geen verband houdt met een opzegverbod). Ontbreekt een redelijke grond, dan zal de werkgever steeds een vergoeding verschuldigd zijn.

Related news

02.08.2021 NL law
CuraƧaose rechter: ontslag op staande voet wegens weigeren coronavaccin nietig

Short Reads - Een unicum. Een rechter binnen het Nederlandse koninkrijk heeft zich voor het eerst uitgelaten over het ontslag van een werkneemster die het coronavaccin weigert. Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao heeft in zijn uitspraak van 16 juli 2021 geoordeeld dat het ontslag op staande voet van een werkneemster nietig is. Wel wordt de arbeidsovereenkomst van de werkneemster ontbonden wegens verandering van omstandigheden. In deze short read bespreken wij deze uitspraak van de Curaçaose rechter.

Read more

29.07.2021 NL law
De NOW-4: grotendeels gelijk aan de NOW-3 met enkele wijzigingen

Short Reads - Het kabinet kondigde in de Kamerbrief van 27 mei 2021 het vierde noodpakket aan om de economie ten tijde van de coronacrisis te blijven ondersteunen. Onderdeel van dit noodpakket is de Vierde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW-4”). Op 23 juli 2021 is de NOW-4 gepubliceerd in de Staatscourant. Deze short read geeft een kort overzicht van de hoofdlijnen van de NOW-4 en de wijzigingen ten opzichte van de NOW-3.

Read more