Articles

Handhaving: alleen de werkelijke, berekende, meetonzekerheid mag worden afgetrokken van de gemeten emissie-waarde.

Handhaving: alleen de werkelijke, berekende meetonzekerheid mag worden

Handhaving: alleen de werkelijke, berekende, meetonzekerheid mag worden afgetrokken van de gemeten emissie-waarde.

23.12.2019 NL law

Noot onder de uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 mei 2019.

Handhaving. Anders dan voorheen oordeelt de Afdeling dat alleen de werkelijke, berekende, meetonzekerheid mag worden afgetrokken van de gemeten emissie-waarde, en niet de in de artikel 5.19 Activiteitenregeling opgenomen vaste maximale waarden voor de meetonzekerheid.

In artikel 5.19, vierde lid, van de Activiteitenregeling is geregeld dat gemeten waarden moeten worden gecorrigeerd voor de meetonzekerheid. Daarvoor is nodig dat de meetonzekerheid wordt bepaald op basis van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele waarnemingen. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat het woord “vermelde” in deze bepaling, anders dan er staat, verwijst naar de in het derde lid opgenomen onzekerheidseis in plaats van naar het te hanteren 95%-betrouwbaarheidsinterval. Het standpunt van het college, dat het vierde lid doelt op een af te trekken waarde van 4 mg/Nm3, vindt geen steun in de toelichting bij de Activiteitenregeling, aangezien het vierde lid daarin niet is toegelicht (Stcrt. 2012, nr. 21373). Het ligt met het oog op de bescherming van het milieu ook niet voor de hand om het meetresultaat met de maximale waarde van het 95%-betrouwbaarheidsinterval te verminderen. Vermindering met de onzekerheidseis in plaats van met de werkelijke meetonzekerheid, betekent immers dat in feite een grotere uitstoot van stoffen in de lucht wordt toegestaan. Bovendien zijn in de bepalingen, het doel en de totstandkomingsgeschiedenis van de RIE, waarbij beoogd is aan te sluiten, geen aanknopingspunten te vinden voor het oordeel dat het toegestaan is om zonder meer de maximale waarde af te trekken.

De Afdeling is daarom nu van oordeel, anders dan zij oordeelde in de hierboven aangehaalde uitspraak van 15 juli 2015, dat uit artikel 5.19, vierde lid, van de Activiteitenregeling volgt dat de gemeten waarden slechts mogen worden verminderd met de vastgestelde meetonzekerheid.

Klik hier voor de noot onder de uitspraak.

Auteur: Anna Collignon

Bron: M en R 2019/105

Publicatiedatum: november 2019

 

Related news

29.07.2021 NL law
De NOW-4: grotendeels gelijk aan de NOW-3 met enkele wijzigingen

Short Reads - Het kabinet kondigde in de Kamerbrief van 27 mei 2021 het vierde noodpakket aan om de economie ten tijde van de coronacrisis te blijven ondersteunen. Onderdeel van dit noodpakket is de Vierde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW-4”). Op 23 juli 2021 is de NOW-4 gepubliceerd in de Staatscourant. Deze short read geeft een kort overzicht van de hoofdlijnen van de NOW-4 en de wijzigingen ten opzichte van de NOW-3.

Read more

19.07.2021 NL law
Beginselplicht tot handhaving bij bestuurlijke boetes?

Short Reads - In de uitspraak van 30 juni 2021 oordeelt de Afdeling Bestuursrechtspraak dat de beginselplicht tot handhaving niet geldt voor de bestuurlijke boete geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens. Uit de redenen die de Afdeling hiervoor benoemt lijkt te volgen dat de beginselplicht tot handhaving nooit heeft te gelden bij bestuurlijke boetes. In dit blog bespreken wij de uitspraak van de Afdeling en gaan wij nader in op de beginselplicht tot handhaving.

Read more