Articles

Invoeringswet Omgevingswet en Aanvullingswet natuur Omgevingswet ingediend bij de Tweede Kamer

Invoeringswet Omgevingswet en Aanvullingswet natuur Omgevingswet inge

Invoeringswet Omgevingswet en Aanvullingswet natuur Omgevingswet ingediend bij de Tweede Kamer

05.07.2018 NL law

Op 29 juni 2018 heeft de ministerraad ingestemd met de wetsvoorstellen voor de Invoeringswet Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur Omgevingswet. De wetsvoorstellen zijn inmiddels ook ingediend bij de Tweede Kamer. Daarnaast heeft de ministerraad de vier AMvB’s van de Omgevingswet akkoord bevonden voor publicatie in het Staatsblad.

Invoeringswet Omgevingswet

Op 17 juni 2014 is het wetsvoorstel Omgevingswet bij de Tweede Kamer ingediend, waar het 1 juli 2015 met een ruime meerderheid is aangenomen. Op 22 maart 2016 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel aangenomen en op 26 april 2016 is de tekst van de Omgevingswet in het Staatsblad verschenen.

Het stelsel van de omgevingswetgeving is echter niet compleet zonder de Invoeringswet Omgevingswet. Het wetsvoorstel voor de Invoeringswet heeft twee doelen. Ten eerste het aanvullen van de Omgevingswet op zaken die bij het opstellen daarvan nog niet ingevuld konden worden of wijzigingen die bij nader inzien nodig zijn om tot een beter stelsel te komen. Ten tweede het regelen van een evenwichtige overgang van de nu geldende wetgeving naar het nieuwe stelsel van de Omgevingswet.

Door indiening van het wetsvoorstel voor de Invoeringswet gaat de regering voorbij aan de motie van de Tweede Kamerleden Ronnes en Van Tongeren waarin de regering wordt verzocht om de Invoeringswet als sluitstuk van het wetgevingstraject aan de Tweede Kamer voor te leggen. In een brief van 26 juni 2018 heeft de minister van BZK uiteengezet dat zij het om meerdere redenen onwenselijk en budgettair kwetsbaar vindt om nu te wachten met de behandeling van de Invoeringswet. Zij vreest dat uitstel ertoe leidt dat het digitale stelsel omgevingsrecht (DSO) niet tijdig klaar zal zijn en dat de beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2021 in gevaar komt.

Aanvullingswet natuur

De Aanvullingswet natuur regelt de integratie van de Wet natuurbescherming  in de Omgevingswet. De Wet natuurbescherming heeft op 1 januari 2017 de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet vervangen. Aldus is voorzien in één wet met de regels voor zowel gebieds- als soortenbescherming, is er één bevoegd gezag en één procedureregeling. Zie voor meer informatie over de Wet natuurbescherming de daarover verschenen Stibbeblogreeks en in het bijzonder het blog over het Conceptwetsvoorstel Aanvullingswet natuur.

Vervolg

Op ieder moment kunnen nu ook de vier AMvB's van de Omgevingswet in het Staatsblad verschijnen. De ministerraad heeft daarmee namelijk ook op 29 juni 2018 ingestemd. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is wel al openbaar gemaakt.

Verder is in de tweede helft van 2018 nog de indiening van de Aanvullingswet geluid voorzien. Indiening van de Aanvullingswet grondeigendom is voorzien voor de eerste helft van 2019. Later zal ook de voorhang van het Invoeringsbesluit, het Aanvullingsbesluit bodem (eerste helft 2019) en de Aanvullingsbesluiten geluid, natuur en grondeigendom (tweede helft 2019) plaatsvinden. Zie voor deze planning de eerder genoemde brief van de minister van 26 juni 2018.

Meer informatie over de Omgevingswet vindt u op de website pgomgevingswet.nl van Stibbe.

Team

Related news

23.09.2020 NL law
Stibbe NOW-team lanceert website over de NOW

Short Reads - Met de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) wil het Nederlandse kabinet de economische gevolgen van de coronacrisis dempen en de werkgelegenheid zoveel mogelijk behouden. Deze subsidie voor werkgevers werd op 17 maart 2020 aangekondigd en is inmiddels meerdere malen verlengd. De wijzigingen zijn complex en omvangrijk.

Read more

16.09.2020 NL law
Belanghebbende in het omgevingsrecht: een steeds hogere drempel?

Short Reads - De Afdeling hanteert sinds enige jaren een vaste jurisprudentielijn ten aanzien van het belanghebbende-begrip in het omgevingsrecht. Het uitgangspunt daarbij is dat iemand die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit belanghebbende is, tenzij ‘gevolgen van enige betekenis’ ontbreken. De lat om aan dit criterium te voldoen lijkt steeds hoger te liggen. Wordt de toegang tot de bestuursrechter daardoor bemoeilijkt, en zo ja: is die beperking te rechtvaardigen?

Read more