Short Reads

Tandartsen mogen reclame maken, plastische chirurgen niet ?

Stibbe - Unfair competition & consumer protection - Update dec 2017

Tandartsen mogen reclame maken, plastische chirurgen niet ?

05.01.2018 BE law

Een Belgische rechter vroeg bij prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie of de Belgische wet van 23 mei 2013 die een verbod in het leven roept om reclame te verspreiden voor ingrepen van esthetische heelkunde of niet-heelkundige esthetische geneeskunde, wel verenigbaar was met de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken (hierna de “Richtlijn”)[1].

Bij arrest van 26 oktober 2017 bevestigde het Hof dat dergelijk reclame een handelspraktijk in de zin van de Richtlijn vormt. Het Hof oordeelde echter verder dat de Richtlijn zich niet verzet tegen zulk verbod, omdat de Richtlijn voorziet dat zij geen afbreuk doet aan nationale regels inzake gezondheids- en veiligheidsaspecten van producten of specifieke voorschriften voor gereglementeerde beroepen.

In een eerder nieuwsbericht werd echter melding gemaakt van het arrest van het Hof van 4 mei 2017[2] waarbij hetzelfde Hof van Justitie weliswaar oordeelde dat het (eveneens) Belgisch reclameverbod voor tand- en mondverzorging ook niet in strijd was met de Richtlijn, maar tegelijk wel oordeelde dat het verbod strijdig was met de richtlijn inzake elektronische handel[3] en met de vrijheid van dienstverrichting[4].

Het is dan ook merkwaardig dat, in het licht van het bovenvermeld arrest betreffende het reclameverbod voor tand- en mondverzorging, het Hof (met nochtans dezelfde kamer) in de nieuwe zaak zijn onderzoek naar de verenigbaarheid niet uitbreidde tot de richtlijn inzake elektronische handel en de vrijheid van dienstverrichting. Het Hof kan immers andere Europeesrechtelijke bepalingen in aanmerking nemen om nuttige uitleggingsgegevens te verschaffen, zelfs indien de verwijzende rechter hier in zijn prejudiciële vraag niet naar verwijst.

 

[1] Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad, OJ 2005 L 149/22.

[2] Arrest van 4 mei 2017, Luc Vanderborght C-339/15, EU:C:2017:335.

[3] Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt, OJ 2000 L 178/1.

[4] Artikel 56 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.

Related news

26.04.2021 BE law
L’appropriation frauduleuse de listes de clients à des fins de détournement de clientèle constitue une pratique commerciale déloyale et une violation du secret d’affaires

Articles - La Cour d’appel de Gand a jugé que l’appropriation frauduleuse de listes de clients ainsi que l’utilisation de celle-ci constituent un détournement illicite de clients ainsi qu’une violation de l’article XI. 332/4 CDE (secret d’affaires).[1]

Read more

26.04.2021 BE law
L'utilisation illégale de secrets d'affaires obtenus de façon illicite conduit à une injonction temporaire de cesser une activité économique spécifique

Articles - Le président du tribunal d’entreprise de Gand a jugé que l'utilisation de secrets d’affaires obtenus de façon illicite, tels que des informations techniques sur les produits, lorsqu’une personne morale ou physique savait ou aurait dû savoir que ces derniers avaient été obtenus de façon illicite, viole l'article XI.332/4 du Code de droit économique (CDE) et est contraire à la concurrence loyale (article VI.104 CDE).

Read more

26.04.2021 BE law
Openbaarmaking en bedrijfsgeheimen, waar ligt de grens?

Articles - De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kortgeding, heeft geoordeeld dat de openbaarmaking van een geheim productieproces door een ex-werknemer aan een concurrerende onderneming een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt (schending van artikel XI.332 van het Wetboek Economisch Recht).[1] 

Read more

26.04.2021 BE law
Violation d’obligation contractuelle et tierce complicité – le juge des cessations peut établir l’existence d’une rupture de contrat

Articles - La Cour de Cassation a confirmé que même si les infractions liées aux pratiques de marché loyales relèvent de la responsabilité extracontractuelle, le juge des cessations, afin d’établir une éventuelle tierce complicité de la violation contractuelle, est compétent pour se prononcer sur l’existence d’une rupture de contrat à laquelle la société tierce a participé.

Read more