Short Reads

Een onbevoegd genomen besluit leidt niet tot een vergunning van rechtswege

Een onbevoegd genomen besluit leidt niet tot een vergunning van rechts

Een onbevoegd genomen besluit leidt niet tot een vergunning van rechtswege

03.01.2018 NL law

Op 20 december 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3514) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: "Afdeling") geoordeeld dat een brief van een ambtenaar op persoonlijke titel een besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ("Awb"). De uitspraak is om twee redenen interessant: (i) de Afdeling spreekt zich uit over het besluitbegrip en (ii) buigt zich in dat kader over de vraag of een onbevoegd genomen besluit kan leiden tot een vergunning van rechtswege.

De casus

Mach4Rent, een bedrijf dat metaalbewerkingsmachines aan bedrijven verhuurt en verkoopt, heeft een pand in Leeuwarden in eigendom waarin het kleinere machines en handgereedschap aan particulieren wil verkopen en verhuren. Daarnaast wenst Mach4Rent het pand te gebruiken als showroom en fysieke webwinkel. Het vigerende bestemmingsplan staat deze activiteiten niet toe. Om die reden heeft Mach4Rent op 16 februari 2016 een aanvraag om een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden (hierna: "college"). Vaststaat dat op deze aanvraag de reguliere procedure (paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ("Wabo")) van toepassing is, zodat het college op grond van artikel 3.9, eerste lid, Wabo binnen acht weken op de aanvraag moet beslissen.

Op 8 maart 2016 heeft Mach4Rent een brief ontvangen van het hoofd Economische Zaken van de gemeente Leeuwarden met de mededeling dat in verband met het beleid van de gemeente Leeuwarden niet kon worden meegewerkt aan het verzoek een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan te verlenen. Daarnaast bevat de brief verschillende mogelijkheden voor alternatieve locaties en spreekt het hoofd Economische Zaken de bereidheid uit om de mogelijkheden voor deze locaties te verkennen. Het hoofd Economische Zaken was overigens niet bevoegd om op de aanvraag van Mach4Rent te beslissen. Deze bevoegdheid ligt op grond van artikel 2.4, eerste lid, Wabo bij het college.

Mach4Rent heeft op 23 maart 2016 schriftelijk op deze brief gereageerd.

Mach4Rent heeft de brief van het hoofd Economische Zaken kennelijk niet gezien als een besluit op de aanvraag, want op 19 juli 2016 heeft hij het college in gebreke gesteld. Vervolgens heeft Mach4Rent beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van de van rechtswege verleende omgevingsvergunning. Dat beroep is door de rechtbank in eerste aanleg bij uitspraak van 9 november 2016, zaaknummer 16/3248, ongegrond verklaard. Mach4Rent heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Afdeling.

Het college heeft de brief van 23 maart 2016 aangemerkt als een bezwaarschrift en hierop – hangende het hoger beroep - beslist bij besluit van 31 januari 2017. Het besluit van 8 maart 2017 is daarbij in stand gelaten, met dien verstande dat het bevoegdheidsgebrek dat kleefde aan het besluit is hersteld. Mach4Rent is tegen het besluit van 31 januari 2017 in hoger beroep gegaan bij de Afdeling.

Het oordeel van de Afdeling

Brief op persoonlijke titel is een Awb-besluit

In hoger beroep ziet de Afdeling zich eerst voor de vraag gesteld of de brief van 8 maart 2016 een besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, Awb. De brief was namelijk verzonden door het Hoofd Economische Zaken en niet door het College van Burgemeester en Wethouders. Toch is de brief naar het oordeel van de Afdeling een besluit. Zij acht daartoe van belang, dat de brief een concrete en ondubbelzinnige reactie bevat op het verzoek van Mach4Rent. De brief moet dus worden gezien als een afwijzing van de vergunningaanvraag (al formuleert de Afdeling dat niet zo duidelijk). Dat de brief geen rechtsmiddelenclausule bevat doet hier niets aan af.

Artikel 2.4, eerste lid, Wabo bepaalt dat het college bevoegd is te beslissen op onderhavige aanvraag. Het Mandaatstatuut 2016 heeft deze bevoegdheid vervolgens gemandateerd aan de directeur van het team Bouwen, Milieu en Monumenten. Er bestond dan ook geen enkele grondslag voor het hoofd Economische Zaken om op de aanvraag van Mach4Rent te beslissen. Dit verandert, aldus de Afdeling, echter niets aan het besluitkarakter van de brief.

Geen vergunning van rechtswege

De vergunning van rechtswege houdt in dat bij het uitblijven van een reactie op een aanvraag tot het nemen van een besluit, de aanvraag wordt geacht te zijn gehonoreerd. Dit wordt ook wel de lex silencio positivo ("LSP") genoemd. Door artikel 3.9 Wabo geldt de LSP regeling voor aanvragen voor een omgevingsvergunning waarop de reguliere procedure van toepassing is en dus ook op de onderhavige procedure.

Omdat de brief van 8 maart 2016 naar het oordeel van de Afdeling een besluit betreft, is – anders dan Mach4Rent stelt – geen vergunning van rechtswege ontstaan.

Observaties

Artikel 1:3, eerste lid, Awb bepaalt dat van een besluit sprake is bij een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Op zichzelf is het niet verrassend dat de Afdeling de brief van het hoofd Economische Zaken heeft aangemerkt als een besluit. De Afdeling oordeelt, in lijn met vaste jurisprudentie, dat de vraag of met een handeling een rechtsgevolg is beoogd en het al dan niet om een besluit gaat, moet worden onderscheiden van de vraag of degene die de handeling heeft verricht bevoegd was namens een bestuursorgaan dat besluit te nemen. Een gepretendeerde bevoegdheid of het geheel ontbreken van een bevoegdheid staan er niet aan in de weg, dat sprake is van een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, Awb (bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2006:AW1297).

Dat het voorgaande tot merkwaardige gevolgen kan leiden illustreert de onderhavige uitspraak. Niet alleen was het hoofd Economische Zaken niet bevoegd het besluit te nemen, hij was ook geen bestuursorgaan, de brief bevatte geen rechtsmiddelenclausule en ten onrechte was daarin niet vermeld dat namens het college was besloten.

Daar komt bij dat het besluitkarakter van de brief ook van belang is voor de vraag of een vergunning van rechtswege is ontstaan. Deze ontstaat immers indien voor een omgevingsvergunning de reguliere procedure moet worden doorlopen en binnen acht weken geen besluit is genomen. Dat leidt tot de opvallende uitkomst dat de vergunning van rechtswege wordt voorkomen door een schriftelijke reactie op een vergunningaanvraag van een willekeurige ambtenaar.

Het college komt dus hier met de schrik vrij. Gelukkig had  het bedrijf binnen zes weken gereageerd op de onbevoegd gedane mededeling. Had zij dat niet gedaan dan had zij niet alleen geen vergunning van rechtswege gehad, maar had zij ook een ontastbaar geworden geweigerde bouwvergunning.

Team

Related news

10.08.2020 NL law
Geelgroen huis in Den Helder in ernstige mate in strijd met de redelijke eisen van welstand

Short Reads - In de gemeentelijke welstandsnota staan criteria waaraan het uiterlijk van bestaande en nieuw te bouwen woningen dienen te voldoen: de redelijke eisen van welstand. Voor bestaande woningen geldt dat zij niet in ernstige mate in strijd mogen zijn met deze eisen. Welstandsexcessen zijn met andere woorden uitgesloten. In de uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2020 was de vraag aan de orde of een geelgroen geverfde woning in Den Helder terecht als een dergelijk welstandsexces is aangemerkt.

Read more

10.08.2020 NL law
Het NOW register: openbaarmaking van gegevens van ontvangers van de NOW-subsidie

Short Reads - Het UWV heeft op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een register gepubliceerd met informatie over werkgevers die de NOW-1 subsidie hebben ontvangen. De publicatie van dit register komt niet geheel als een verrassing. De NOW-1 bevat immers een bijzondere bepaling over openbaarmaking van de desbetreffende gegevens.

Read more

05.08.2020 NL law
ACM is verplicht om het besluit waarin zij afziet tot oplegging van een boete te publiceren

Short Reads - De Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Instellingswet ACM) verplicht de ACM om een besluit waarbij een ernstige overtreding (zoals overtreding van het kartelverbod) is geconstateerd, maar waarbij is afgezien van het opleggen van een boete toch openbaar te maken. Een dergelijk besluit beschouwt het CBb als een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie in de zin van artikel 12v van de Instellingswet ACM. Dat oordeelt het CBb in haar uitspraak van 18 februari 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:92).

Read more

27.07.2020 NL law
Maatwerk bij ontvankelijkheidsbeslissingen

Short Reads - Kent u een termijn die de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep bepaalt en niet in de wet is te vinden? Je zou hopen dat zo’n termijn niet bestaat. Ontvankelijkheid bepaalt immers de toegang tot de rechter en die toegang moet niet belemmerd worden door onbekende of slecht kenbare fatale termijnen. Toch kent ons recht zo’n termijn en die termijn is bovendien zeer kort. Ik doel op de twee weken die een belanghebbende wordt gegund om alsnog bezwaar te maken, nadat hij op de hoogte is geraakt van het bestaan van een besluit waarvan de bezwaartermijn al is verstreken.

Read more