Articles

Kleinhandelsbeleid getoetst aan Dienstenrichtlijn

Kleinhandelsbeleid getoetst aan Dienstenrichtlijn

Kleinhandelsbeleid getoetst aan Dienstenrichtlijn

27.02.2018 BE law

Het Hof van Justitie heeft in een recent arrest de Dienstenrichtlijn van toepassing verklaard op "detailhandel".

Dit arrest heeft belangrijke gevolgen voor het lokale kleinhandelsbeleid. Zo zal een gemeente of een provincie die de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit beperkt, afdoende moeten motiveren waarom die belemmering verstaanbaar is met de Dienstenrichtlijn. Het bestuur moet dan ook waakzamer dan ooit zijn wil het een wettig kleinhandelsbeleid voeren. 

In een eerdere blog vestigden wij al de aandacht op artikel 10 van het decreet integraal handelsvestigingsbeleid. Dit artikel 10 laat een gemeente of een provincie toe om in een ruimtelijk uitvoeringsplan ('RUP') o.a.:

  • zgn. "kernwinkelgebieden" af te bakenen; of
  • oppervlaktenormen van de categorieën van kleinhandelsactiviteiten te bepalen.

De speelruimte  om  specifieke winkelregels in een RUP te bepalen, laat het bestuur toe om planmatig een kleinhandelsbeleid te voeren. Economische motieven zullen bovendien niet steeds vreemd aan dit beleid zijn. 

Ook in Nederland, en wel in de gemeente Appingedam, bleek dit het geval. Deze gemeente had een bestemmingsplan aangenomen dat een specifiek gebied ('het Woonplein') uitsluitend voor volumineuze detailhandel bestemde. Een kleinhandelaar in kleding en schoenen, die zich niet in dit gebied mocht vestigen, vond een dergelijke beperking strijdig met de Dienstenrichtlijn en trok naar de Nederlandse Raad van State. Die verwees de zaak door naar het Hof van Justitie van de Europese Unie. 

Impact van EU-recht dijt (nog verder) uit

Het Hof van Justitie heeft op 30 januari 2018 over de zaak een uitspraak over de zaak gedaan, die in sommige media als baanbrekend wordt beschouwd. Samengevat oordeelde het Hof:

  • detailhandel is een "dienst" in de zin van artikel 4 van de Dienstenrichtlijn;
  • de voorschriften van een bestemmingsplan vallen binnen de werkingssfeer van de Dienstenrichtlijn , in de mate dat het plan de voorschriften bevat die de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit specifiek regelen;
  • de voorschriften van een bestemmingsplan, indien het de dienstenactiviteit specifiek regelt, moeten worden gerechtvaardigd volgens de artikelen 14 en 15 van de Dienstenrichtlijn. 

Of deze uitspraak daadwerkelijk baanbrekend is, dan wel eerder in de lijn der verwachtingen ligt gelet op de tendensen in het Europees (interne markt)recht, is voer voor juristen.

Met het arrest staat het in elk geval vast dat het Europees recht zich weer wat verder uitbreidt en een rechtsbron wordt waarmee in alle takken van het nationaal recht, ook de ruimtelijke ordening, steeds meer rekening mee te houden is.

Impact op kleinhandelsbeleid?

Het arrest van het Hof van Justitie, baanbrekend of niet, heeft vanzelfsprekend belangrijke gevolgen voor het kleinhandelsbeleid. 

Het bestuur moet bij het uittekenen van het kleinhandelsbeleid namelijk rekening houden met de Dienstenrichtlijn.

Het bestuur dient de stedenbouwkundige voorschriften die een belemmering tot een dienstenactiviteit (dus ook: een detailhandelsactiviteit) vormen of kunnen vormen, volgens de volgende voorwaarden te rechtvaardigen: 

  1. de maatregel maakt geen directe of indirecte discriminatie naar nationaliteit of statutaire zetel uit;
  2. de maatregel is ingegeven door een dwingende reden van algemeen belang, bv. ruimtelijke ordening of milieubescherming;
  3. de maatregel is geschikt en gaat niet verder dan nodig om het doel te bereiken en kan niet met minder beperkende maatregel worden bereikt (d.i. een evenredigheidstoets).

Het rechtvaardigen van een voorschrift is weliswaar geen onmogelijke opdracht, doch het is de vraag of het bestuur zich steeds ten volle bewust is van deze motiveringsverplichting en van het verbod om economische motieven te laten spelen in de vaststelling van het kleinhandelsbeleid. Vooral de evenredigheid van een beperkend voorschrift zal in de praktijk allicht soms al eens voor problemen zorgen, gelet op de relatief strenge invulling van deze voorwaarde door het Hof van Justitie.

Wat nu?

Het komt het bestuur toe om bijzonder waakzaam te zijn en een afdoende verantwoording in het RUP te voorzien over de verenigbaarheid van een voorschrift met de Dienstenrichtlijn.

Tegenstanders van een RUP kunnen die verantwoording immers in rechte betwisten. Zij zullen een onwettigheid kunnen aantonen als de motivering gebreken vertoont of de rechtvaardiging voor de beperking niet voorhanden is. Als gevolg van het arrest van het Hof van Justitie is alvast in het oog te houden welke (nieuwe) argumenten derden zullen ontwikkelen om een (detailhandels)RUP te doen sneuvelen.

Finaal zal het aan de Raad van State toekomen om te oordelen of die argumenten een schending van de Dienstenrichtlijn uitmaken. Beroepen tegen een RUP belanden immers bij de Raad.

Ongetwijfeld "wordt vervolgd".

 

Dit artikel is mede geschreven door Yves Sternotte in zijn hoedanigheid van medewerker bij Stibbe.

Related news

22.07.2021 NL law
Towards a European legal framework for the development and use of Artificial Intelligence

Short Reads - Back in 2014, Stephen Hawking said, “The development of full artificial intelligence could spell the end of the human race.” Although the use of artificial intelligence is nothing new and dates back to Alan Turing (the godfather of computational theory), prominent researchers – along with Stephen Hawking – have expressed their concerns about the unregulated use of AI systems and their impact on society as we know it.

Read more

13.07.2021 NL law
Vertraging Wetsvoorstel Warmtewet 2: een (on)overbrugbaar verschil van inzicht

Short Reads - Op 5 juli 2021 heeft demissionair staatssecretaris Dilan Yeşilgöz-Zegerius van Economische Zaken & Klimaat (hierna: de staatssecretaris) de Tweede Kamer een brief gestuurd over de voortgang Wet collectieve warmtevoorziening (ook wel: Warmtewet 2). Ondanks de aanpassingen gemaakt naar aanleiding van de internetconsultatie van vorig jaar, wordt het conceptwetsvoorstel in huidige vorm niet gesteund door de decentrale overheden.

Read more