Short Reads

Elektronische ondertekening van documenten bij aanbestedingen

Elektronische ondertekening van documenten bij aanbestedingen

Elektronische ondertekening van documenten bij aanbestedingen

08.02.2018 NL law

Eind 2017 oordeelde de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag over de vraag of de ondertekening van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) door een inschrijver voldeed aan de door de aanbestedende dienst (Rijkswaterstaat) vereiste gekwalificeerde elektronische handtekening met beveiligingsniveau IV ('PKIoverheid certificaat' of 'EU Qualified certificaat'). Volgens de voorzieningenrechter was dit niet het geval en is de inschrijver terecht ongeldig verklaard

Sinds 1 juli 2016 wordt het juridische kader voor elektronische handtekeningen bepaald door de Europese Verordening nr. 910/2014 (eIDAS-verordering). Zie tevens artikel 3:15a van het Burgerlijk Wetboek.

De feiten

In de aanbestedingsdocumenten was opgenomen dat alle door de gegadigden te ondertekenen documenten dienden te zijn voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening met beveiligingsniveau IV. Bij gebrek aan een dergelijke handtekening zou de inschrijver kunnen worden uitgesloten van de aanbestedingsprocedure.

Op 8 mei 2017 diende de Combinatie, bestaande uit Hansa en Topscan, haar inschrijving in. De aanbestedende dienst stelde vast dat het certificaat van de elektronische handtekening op het UEA van Topscan was uitgegeven door een Duitse entiteit die niet voorkwam op de Duitse vertrouwenslijst (trusted list) van gekwalificeerde verleners voor het uitgeven van een gekwalificeerde elektronische handtekening. Volgens de aanbestedende dienst voldeed de inschrijving daarom niet aan de vereisten zoals opgenomen in de aanbestedingsdocumenten. Hoewel de aanbestedende dienst de Combinatie de mogelijkheid bood om het UEA alsnog te ondertekenen met een gekwalificeerde elektronische handtekening met beveiligingsniveau IV, liet de Combinatie dit na. De inschrijving werd vervolgens ongeldig verklaard.

In het onderhavige kort geding vorderde de Combinatie dat haar inschrijving alsnog geldig zou worden verklaard, dan wel dat zij in de gelegenheid zou worden gesteld om de inschrijvingsdocumenten alsnog te voorzien van de benodigde gekwalificeerde elektronische handtekening.

De beoordeling

Ingevolge de eIDAS-verordening is sprake van een 'gekwalificeerde elektronische handtekening' indien deze is aangemaakt met een daarvoor gekwalificeerd middels en is gebaseerd op een certificaat uitgegeven door een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten (trusted lists). Elke EU-lidstaat stelt daarbij vertrouwenslijsten op met informatie over deze gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten.

Aangezien de elektronische handtekening van Topscan was gebaseerd op een certificaat dat was uitgegeven door een Duitse entiteit die niet op de Duitse vertrouwenslijst stond, betrof de handtekening geen gekwalificeerde elektronische handtekening in de zin van de eIDAS-verordening. Volgens de voorzieningenrechter voldeed de inschrijving van de Combinatie daarom niet aan de in de aanbestedingsdocumenten gestelde eisen.

De voorzieningsrechter oordeelde vervolgens dat de eis van de aanbestedende dienst om het UAE te ondertekenen met een gekwalificeerde elektronische handtekening, niet disproportioneel is. Aangezien de digitale handtekening van het Consortium niet vergelijkbaar is met het vereiste beveiligingsniveau én het Consortium in de gelegenheid is gesteld dit gebrek te herstellen, is ook de ongeldigverklaring van de inschrijving niet disproportioneel.

De voorzieningenrechter merkte daarbij nog op dat, hoewel in de aanbestedingsdocumenten was opgenomen dat een inschrijving terzijde kan worden gelegd indien deze niet aan de vereisten voldoet, dit niet betekent dat de aanbestedende dienst de keuze heeft dit wel of niet te doen. Dat zou in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel. Volgens de voorzieningenrechter heeft de aanbestedende dienst slechts de mogelijkheid om (onder omstandigheden) de inschrijver de gelegenheid te bieden om de omissie te herstellen. Die mogelijkheid was echter al aan het Consortium geboden.

Slot

Onderhavige uitspraak is in lijn met eerdere uitspraken van de rechtbank Den Haag bij vergelijkbare geschillen (zie onder andere vzr. Rb Den Haag 30 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:3335 en vzr. Rb Den Haag 27 juni 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:7130). Zo oordeelde de voorzieningenrechter in 2016 eveneens dat een inschrijving ongeldig was omdat de inschrijving niet de vereiste elektronische handtekening met beveiligingsniveau IV bevatte. Volgens de voorzieningenrechter leende dit gebrek zich niet voor herstel.

Inschrijvers dienen zich er daarom van bewust te zijn dat eisen ten aanzien van elektronische ondertekening strikt door de voorzieningenrechter worden toegepast. Indien een gekwalificeerde elektronische handtekening wordt vereist, moet het onderliggende certificaat zijn afgegeven door een gekwalificeerde verlener van vertrouwensdiensten die is opgenomen op een door een EU-lidstaat opgestelde vertrouwenslijst. Een alternatieve elektronische handtekening lijkt op basis van recente jurisprudentie niet snel te worden aanvaard.

Klik hier voor het volledige uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 4 september 2017.

Related news

19.06.2018 BE law
Boskaart en betonstop: wat brengt de zomer?

Articles - Op een zucht van het zomerreces heeft de Vlaamse Minister van Omgeving toch nog een aantal stevige dossiers op haar bureau. Behalve de felbesproken boskaart en het aan de betonstop gelinkte instrumentendecreet, is het ook uitkijken naar een reactie op een aantal uitspraken van het Hof van Justitie over de milieueffectenbeoordeling van plannen en programma's. Een stand van zaken.

Read more

11.06.2018 BE law
Grondwettelijk Hof blaast warm en koud over planschadevergoeding

Short Reads - In een arrest van 7 juni 2018 heeft het Grondwettelijk hof de planschadevergoeding (opnieuw) overeind gehouden. Weliswaar erkent het Hof dat de berekeningswijze van de vergoeding onder bepaalde omstandigheden afbreuk doet aan de rechten van eigenaars, toch komt het volgens het Hof de decreetgever toe om een afwijkende berekeningswijze te voorzien. 

Read more

13.06.2018 NL law
B&W zijn niet bevoegd om een ontwerp verklaring van geen bedenkingen op te stellen in het kader van een projectomgevingsvergunning

Articles - De gemeenteraad is bevoegd tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) in het kader van een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 aanhef sub a en onder 3 Wabo (de projectomgevingsvergunning). Hoewel de bevoegdheid tot verlening van een dergelijke vergunning berust bij het college van burgemeester en wethouders, is het college niet bevoegd een ontwerpbesluit voor de vvgb voor te bereiden en ter inzage te leggen. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 mei 2018.

Read more

07.06.2018 NL law
FAQ: informatieverzoeken van toezichthouders

Short Reads - De Inspectie SZW gaat de komende jaren naar eigen zeggen intensiever toezicht houden op de naleving van wettelijke normen. In april 2018 kondigde de Inspectie SZW bijvoorbeeld een harde aanpak op het gebied van arbeidsongevallen aan. Ook in het politieke landschap wordt ingezet op beter toezicht en betere handhaving. In het Regeerakkoord uit 2017 wordt bijvoorbeeld 50 miljoen euro vrijgemaakt voor (toezicht en) handhaving door de Inspectie SZW.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring