Short Reads

Evenredigheid van boetes bij recidive: geen automatische verhoging van boetes!

Evenredigheid van boetes bij recidive: geen automatische verhoging va

Evenredigheid van boetes bij recidive: geen automatische verhoging van boetes!

07.06.2016 NL law

Op 9 maart 2016 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) een belangrijke uitspraak gedaan voor de bestuurlijke boetepraktijk. In die uitspraak heeft de Afdeling bepaald dat een boete bij recidive kan worden gematigd óók als de wet of regeling het bestuursorgaan verplichten tot verdubbeling van de boete in zo’n geval.

Achtergrond uitspraak

De vraag die in deze zaak voorlag, was of de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (minister) terecht de aan de werkgever opgelegde boetes op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) had verdubbeld, omdat sprake was van recidive. Op grond van de Wav beboet de minister werkgevers indien zij bijvoorbeeld vreemdelingen arbeid laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning. De Wav bepaalt onder meer dat de boete met 100% verdubbeld wordt wanneer sprake is van recidive (artikel 19d, lid 2 Wav). Recidive houdt in dat eenzelfde overtreding meerdere malen wordt begaan. In de procedure stond niet de vraag ter discussie of sprake was van recidive, maar of de automatische verdubbeling leidt tot evenredige boetes. De minister stelde dat de boetes wel evenredig waren, omdat de Wav geen ruimte laat voor matiging. De minister is op grond van de Wav volgens de minister immers verplicht de boetes te verhogen.

Uitspraak Afdeling

Ook als sprake is van recidive is er volgens de Afdeling ruimte voor matiging, zelfs als de wet bepaalt dat de boete moet worden verdubbeld of verhoogd. Volgens de Afdeling moeten ook in het geval van recidive de aangevoerde feiten en omstandigheden in het individuele geval steeds worden beoordeeld. Dat betekent dat matiging niet is uitgesloten, indien recidive aan een overtreder is tegengeworpen. Wel mag het bestuursorgaan de aangevoerde feiten en omstandigheden in het geval waarin recidive zich voordoet, volgens de Afdeling anders wegen dan in het geval van een eerste overtreding.

Tips voor de beboete (rechts)persoon en het bestuursorgaan

Deze uitspraak is van belang voor de boetepraktijk. Niet alleen in de Wav, maar bijvoorbeeld ook in het financieel toezichtrecht (Besluit bestuurlijke boetes financiële sector) is bepaald dat boetes automatisch moeten worden verhoogd wanneer sprake is van recidive. Ook wanneer de wet of regeling bepaalt dat boetes bij herhaalde overtredingen moeten worden verhoogd, blijft er ruimte voor boetematiging. Dat uitgangspunt volgt uit het evenredigheidsbeginsel. Daarvoor dient de vermeende overtreder wel feiten en omstandigheden aan te voeren (zo nodig onderbouwd met bewijsstukken) die zijn betoog ondersteunen dat de automatische verhoging wegens recidive niet redelijk is. In dit verband kan gedacht worden aan factoren zoals het ontbreken van opzet, de beperkte duur van de overtreding en de (reeds) door de overtreder getroffen maatregelen. Voor bestuursorganen geldt dat zij niet automatisch tot verdubbeling van een boete bij recidive kunnen overgaan, indien de boeteregeling dat bepaalt. Zij dienen in elke individuele zaak te beoordelen of matiging gelet op het evenredigheidsbeginsel en met inachtneming van de feiten en omstandigheden aan de orde is.

Related news

23.09.2020 NL law
Stibbe NOW-team lanceert website over de NOW

Short Reads - Met de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) wil het Nederlandse kabinet de economische gevolgen van de coronacrisis dempen en de werkgelegenheid zoveel mogelijk behouden. Deze subsidie voor werkgevers werd op 17 maart 2020 aangekondigd en is inmiddels meerdere malen verlengd. De wijzigingen zijn complex en omvangrijk.

Read more

16.09.2020 NL law
Belanghebbende in het omgevingsrecht: een steeds hogere drempel?

Short Reads - De Afdeling hanteert sinds enige jaren een vaste jurisprudentielijn ten aanzien van het belanghebbende-begrip in het omgevingsrecht. Het uitgangspunt daarbij is dat iemand die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit belanghebbende is, tenzij ‘gevolgen van enige betekenis’ ontbreken. De lat om aan dit criterium te voldoen lijkt steeds hoger te liggen. Wordt de toegang tot de bestuursrechter daardoor bemoeilijkt, en zo ja: is die beperking te rechtvaardigen?

Read more