Short Reads

Inspraak en rechtsbescherming bij algemeen verbindende voorschriften

Inspraak en rechtsbescherming bij algemeen verbindende voorschriften

Inspraak en rechtsbescherming bij algemeen verbindende voorschriften

10.11.2015 NL law

De rechtspositie van burgers en ondernemingen wordt in belangrijke mate bepaald door algemeen verbindende voorschriften (avv’s). Er is zelfs sprake van een tendens om voorschriften die in het verleden in op maatwerk gerichte individuele beschikkingen werden neergelegd om efficiencyredenen in avv’s op te nemen. Dat gebeurt, bijvoorbeeld, op grote schaal met milieuvoorschriften.

 

Verder valt op dat het niveau waarop in avv’s de belangrijkste beleidskeuzen worden gemaakt verschuift. In het verleden was dat nog vaak het niveau van een direct democratisch gelegitimeerd orgaan zoals de formele wetgever of de gemeenteraad. Nu is er in veel gevallen sprake van gedelegeerde bestuursregelgeving waarbij bijvoorbeeld een minister, een college van B&W of een zelfstandig bestuursorgaan deze keuzen maakt.

Dit roept de vraag op hoe het is gesteld met de inspraak en rechtsbescherming met betrekking tot avv’s. Dat blijkt tegen te vallen. Zeker in vergelijking met het niveau van inspraak en rechtsbescherming dat geldt ten aanzien van individuele beschikkingen, terwijl het tegelijkertijd vaak arbitrair is of een rechtspositie wordt geregeld in een individuele beschikking of een algemeen verbindend voorschrift. Dit kan als volgt worden toegelicht.

Om te beginnen is er slechts sprake van marginale inspraak van burgers en ondernemingen bij de totstandkoming van avv’s. Er bestaat in de meeste gevallen geen formele – laat staan transparant geregelde – plicht tot consultatie en participatie van betrokkenen. Van een algemene kennisvergarings- en motiveringsplicht aan de zijde van de betrokken regelgever is evenmin sprake. Dat staat in schril contrast met de waarborgen zoals die op grond van de Algemene wet bestuursrecht gelden met betrekking tot individuele beschikkingen.

Daarnaast kan er tegen avv’s anders dan tegen beschikkingen niet direct worden opgekomen bij de bestuursrechter (artikel 8:3 Awb). Dat kan alleen bij de burgerlijke rechter maar daarbij gaat het om een veel hoogdrempeligere procedure onder meer door de verplichte bijstand van een advocaat. Bovendien lijkt de burgerlijke rechter steeds minder trek te hebben in procedures vanwege onrechtmatige wet- en regelgeving. Achtergrond daarvan is met name het risico op uiteenlopende oordelen tussen burgerlijke rechter en bestuursrechter. Tegen avv’s kan namelijk wel indirect – exceptief – bij de bestuursrechter worden opgekomen via een beroep tegen de beschikking waarin daaraan toepassing wordt gegeven. Een recent voorbeeld daarvan biedt het arrest van de Hoge Raad inzake de Paspoortwet (ECLI:NL:HR:2015:1296). Daarin werd zelfs een privacybelangenorganisatie het recht ontzegd om op eigen titel tegen deze wet te procederen. Dit omdat er voor burgers – en niet eens de organisatie zelf – de mogelijkheid bestond om aan de hand van een beschikking inhoudende de afwijzing van de aanvraag om een nieuw paspoort bestuursrechtelijk indirect de rechtmatigheid van de Paspoortwet te laten toetsen.

Verder valt op dat de rechter avv’s behoorlijk terughoudender zegt te toetsen dan individuele beschikkingen. Daarbij wordt vaak verwezen naar de bijzondere democratische legitimatie die aan de orde zou zijn bij wet- en regelgeving. Dit overigens zonder dat daarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen regelgeving afkomstig van direct democratisch gelegitimeerde organen en bestuursregelgeving. Zo oordeelde de Centrale Raad van Beroep als volgt naar aanleiding van de gestelde onrechtmatigheid van een door de minister opgestelde reorganisatieregeling voor de politie: “(…) de rechter [kan] een wet in materiële zin wel beoordelen, maar [dan] dient hij daarbij de ter zake in ons staatsbestel passende terughoudendheid in acht te nemen. De rechter zal het resultaat van de afweging van alle betrokken belangen door de materiële wetgever in beginsel moeten respecteren. Dit lijdt uitzondering als aan de inhoud of wijze van totstandkoming van het voorschrift zodanige ernstige feilen kleven dat dit voorschrift niet als grondslag kan dienen voor daarop in concrete gevallen te baseren besluiten.” (ECLI:NL:CRVB:2015:1550)

Het is de vraag of dit een houdbaar systeem is. Burgers en ondernemingen moeten in een rechtsstaat immers op effectieve en efficiënte wijze hun belangen kunnen verdedigen ook als deze worden geraakt op basis van avv’s. In dat licht zou om te beginnen moeten worden bezien of een plicht tot consultatie en participatie bij de totstandkoming van avv’s moet worden verankerd, net als een kennisvergarings- en motiveringsplicht. Daarbij zou inspiratie kunnen worden geput uit de door het Research Network on EU Administrative Law opgestelde Model Rules die hierover een uitgewerkte regeling bevatten (Van Ommeren & Wolswinkel, NTB 2014/23). Ook de Verenigde Staten kunnen ons hier belangrijke lessen leren (Meuwese, Schuurmans & Voermans, REAL 2009, p.3-35). Daarnaast is het zaak opnieuw te doordenken of er niet toch direct beroep tegen avv’s bij de bestuursrechter moet worden opengesteld. Een dergelijke exercitie vond namelijk voor het laatst plaats in 2003 (Kamerstukken II 2003/04, 29279, nr. 16). Als dat niet aan de orde zou kunnen zijn, dan zou in ieder geval de burgerlijke rechter niet meer moeten terugdeinzen deze taak te verrichten. Zeker wanneer belangenorganisaties de rechtmatigheid van wet- en regelgeving betwisten. Dan kan er immers in één procedure duidelijkheid worden verkregen over de rechtmatigheid, waarmee de efficiënte rechtsbedeling wordt gediend. Ten slotte zou ook de intensiteit van de rechterlijke toets ten aanzien van avv’s onder de loep moeten worden genomen. Hoe terughoudend is deze toets nu precies? En zou het een idee zijn om bestuursregelgeving in ieder geval intensiever te toetsen dan direct democratisch gelegitimeerde avv’s? In dat verband kan de rechterlijke controle een impuls krijgen wanneer er in de totstandkomingsfase inderdaad een kennisvergarings- en motiveringsplicht zou gelden.

Het is kortom zaak kritisch te bezien of avv’s anno 2015 niet moeten worden verlost van hun beschermde positie als het gaat om inspraak en rechtsbescherming.

Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2015/1949, afl. 39.

Het bericht ‘Inspraak en rechtsbescherming bij algemeen verbindende voorschriften‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

 

Team

Related news

27.07.2020 NL law
De Whatsapp-conversatie tussen Grapperhaus en Halsema: ook openbaar via de Wob?

Short Reads - Deze heb je vastgelegd voor de Wob Zo luidde een van de berichten van de Whatsapp-correspondentie tussen burgemeester Halsema van Amsterdam en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid over de demonstratie op de Dam, die plaatsvond op 1 juni 2020. Een angst van menig bestuurder werd waarheid: de gehele conversatie stond dezelfde dag nog afgedrukt op alle nieuwswebsites. Deze correspondentie werd openbaar gemaakt op grond van artikel 68 van de Grondwet, dat kort gezegd de informatieplicht van bewindslieden aan het parlement regelt.

Read more

21.07.2020 NL law
Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam 2020 – 2030 vrijgegeven voor inspraak

Short Reads - Van 1 juli tot 31 augustus 2020 legt de gemeente Amsterdam het Vestigingsbeleid Datacenters gemeente Amsterdam 2020 - 2030 ter inzage voor inspraak. Na de inspraakperiode wordt het vestigingsbeleid ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. In dit blog bespreken wij de hoofdlijnen van het vestigingsbeleid: nieuwe datacenters zijn onder strenge voorwaarden en op beperkte schaal welkom in gemeente Amsterdam. Met dit beleid wordt vervolg gegeven aan het voorbereidingsbesluit datacenters, dat ook in dit bericht wordt besproken.

Read more

27.07.2020 NL law
Maatwerk bij ontvankelijkheidsbeslissingen

Short Reads - Kent u een termijn die de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep bepaalt en niet in de wet is te vinden? Je zou hopen dat zo’n termijn niet bestaat. Ontvankelijkheid bepaalt immers de toegang tot de rechter en die toegang moet niet belemmerd worden door onbekende of slecht kenbare fatale termijnen. Toch kent ons recht zo’n termijn en die termijn is bovendien zeer kort. Ik doel op de twee weken die een belanghebbende wordt gegund om alsnog bezwaar te maken, nadat hij op de hoogte is geraakt van het bestaan van een besluit waarvan de bezwaartermijn al is verstreken.

Read more

17.07.2020 BE law
Gedogen van een bouwovertreding in een dading. Hof van Cassatie zegt: nietig

Articles - Een dadingsovereenkomst waarin een partij zich ertoe verbindt om de bouwovertredingen van de contractspartij te gedogen, heeft een ongeoorloofde oorzaak. Met een dergelijke overeenkomst beogen de contractspartijen immers om een met de openbare orde strijdige toestand - de bouwovertredingen - in stand te houden. De overeenkomst is in haar geheel behept met een ongeoorloofde oorzaak en aldus nietig. Als één van de partijen zijn leveringsverbintenis niet nakomt, kan de andere partij dan ook geen schadevergoeding vorderen.

Read more