Short Reads

Grote ondernemingen, let op: op 5 december a.s. moet de energie-audit zijn uitgevoerd

Grote ondernemingen, let op: op 5 december a.s. moet de energie-audit zijn uitgevoerd

Grote ondernemingen, let op: op 5 december a.s. moet de energie-audit zijn uitgevoerd

30.11.2015 NL law

Is uw onderneming één van de 3000 “grote ondernemingen” waarvoor een energie-auditverplichting geldt? Dan moet u ervoor zorg dragen dat deze energieaudit uiterlijk op 5 december 2015 is uitgevoerd. Dit volgt uit de Energy Efficiency Directive (EED). In dit blog bespreken wij een aantal praktische aandachtspunten om (nog snel) te controleren of de auditplicht op uw onderneming van toepassing is.

Criteria voor grote onderneming zijn gauw vervuld

De energie-auditverplichting geldt alleen voor “grote ondernemingen”. Dit zijn de ondernemingen die geen kleine of middelgrote ondernemingen zijn. Dit wordt omschreven in de EED, waarin wordt verwezen naar de Aanbeveling betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (2003/261/EG). Kort gezegd gaat het bij grote ondernemingen om ondernemingen waar meer dan 250 personen werkzaam zijn, en waarvan de jaaromzet € 50 miljoen en/of het jaarlijkse balanstotaal € 43 miljoen overschrijdt. Bovendien bepaalt de Aanbeveling dat voor de berekening (van het aantal werkzame personen en de financiële bedragen) ook verbonden en partnerondernemingen in aanmerking moeten worden genomen. Hierop dient men alert te zijn. Hierna wordt nog nader ingegaan op deze criteria.

De Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie (Tijdelijke regeling) vormt de Nederlandse implementatie van de EED. Hierin staat tevens dat de verplichting alleen geldt voor een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer (zie artikel 1 sub h). Dit is “elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht”. Een typisch voorbeeld hiervan is een fabriek, maar ook een kantoorpand valt hieronder.

Meerdere kleine of middelgrote vestigingen kunnen samen een grote onderneming vormen

De RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, vallend onder het ministerie van Economische Zaken) heeft een FAQ-document gepubliceerd inzake de EED. Hoewel de richtlijn leidend blijft, geeft dit document wel enige indicatie hoe de Nederlandse overheid de EED interpreteert. Het FAQ-document vermeldt dat wanneer wordt beoordeeld of een onderneming groot is, er gekeken moet worden naar alle onderliggende vestigingen (inrichtingen). Ter verheldering kan worden gedacht aan de te verkrijgen bedrijfsprofielen via de Kamer van Koophandel. Dat strookt in beginsel ook met de definitie in de hiervoor aangehaalde Aanbeveling.

Bijzonder is wel dat volgens de Nederlandse Tijdelijke regeling niet alleen sprake moet zijn van een onderneming, maar ook van een inrichting die tevens is aan te merken als een onderneming. Dit roept de vraag op hoe moet worden omgegaan met een onderneming die verschillende inrichtingen heeft; geldt de auditplicht dan voor de inrichting (de specifieke vestiging), of voor de onderneming?

De RVO stelt dat zelfs indien geen van de onderliggende vestigingen (inrichtingen) individueel voldoen aan de drempelwaarden, maar wel gezamenlijk, er een auditplicht geldt voor de onderneming en voor alle onderliggende afzonderlijke inrichtingen. Hierbij kan wel worden opgemerkt dat volgens de RVO een onderneming met meerdere vestigingen in principe afspraken mag maken met het bevoegd gezag over een “gezamenlijke aanpak”. In het gezamenlijk verslag van de energie-audit (hetgeen moet worden onderscheiden van de audit) moeten de verschillende inrichtingen wel herkenbaar zijn. Zoals hiervoor vermeld lijkt deze interpretatie ons in lijn met de Europese richtlijn. De tekst van de Tijdelijke regeling is echter verwarrend.

Mocht uw bedrijf onderdeel zijn van een internationaal concern dan kan hierbij worden opgemerkt dat volgens het FAQ-document alleen de Nederlandse vestigingen hoeven te worden meegeteld.

Een vrijstelling voor één vestiging geldt niet voor de rest van de onderneming

Voor veel grote ondernemingen geldt de auditverplichting niet, omdat zij al een audit hebben uitgevoerd in het kader van de Meerjarenafspraak energie-efficiëntie 2001-2020 (MJA3) of de Meerjarenafspraak energie-efficiëntie ETS-ondernemingen (MEE). Ook geldt de auditplicht niet voor bedrijven die beschikken over een internationaal erkend energie- of milieubeheerssysteem. Ten slotte staat er een vrijstelling opgenomen in artikel 7 van de Tijdelijke regeling, waarin is bepaald dat een onderneming die op grond van artikel 2.15, tweede lid, van het Activiteitenbesluit reeds een energieonderzoek heeft verricht, gedurende vier jaar na de totstandkoming van dat onderzoek is vrijgesteld.

Ondernemingen die deels vallen onder een uitzondering, kunnen echter niet achterover gaan zitten. Zoals gezegd, kan een onderneming namelijk uit verschillende vestigingen bestaan. Het geval kan zich voordoen dat sommige vestigingen van de onderneming wel zijn toegetreden tot de MEE, maar andere niet. Voor deze laatsten geldt dan nog de auditplicht conform de systematiek van de regeling. RVO neemt in ieder geval dit standpunt in. Hierop moet men bedacht zijn.

Concluderend

Alertheid is dus geboden bij de vraag of er voor uw onderneming (en onderliggende vestigingen) een auditplicht geldt. Mocht u er nu achter komen dat voor (delen van) uw onderneming toch een energie-audit moet worden opgesteld, dan is het zaak om snel in actie te komen. Op 5 december aanstaande moet de audit namelijk al zijn uitgevoerd, waarna het binnen vier weken moet zijn toegezonden aan het bevoegd gezag. Voor de eisen die aan een energie-audit worden gesteld, verwijzen we naar de EED (bijlage VI).

Het bericht ‘Grote ondernemingen, let op: op 5 december a.s. moet de energie-audit zijn uitgevoerd‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

Team

Related news

02.07.2020 NL law
European Commission to pull the strings of foreign subsidies

Short Reads - The European Commission is adding powers to its toolbox to ensure a level playing field between European and foreign(-backed) companies active on the EU market. On top of merger control and Foreign Direct Investment screening obligations, companies may also need to account for future rules allowing scrutiny of subsidies granted by non-EU governments if those subsidies might distort the EU Single Market.

Read more

29.06.2020 NL law
ABC-constructie bij vastgoedtransactie: verkoopbedrijf heeft afgeleid belang en is niet ontvankelijk bij bestuursrechter

Short Reads - Het zijn van ‘belanghebbende’ is een noodzakelijke voorwaarde om een ontvankelijk beroep te kunnen instellen bij de bestuursrechter (artikel 1:2 lid 1 Awb). Een persoon moet een zelfstandig en eigen belang hebben dat niet is afgeleid van een ander om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt. Dit is het leerstuk van afgeleid belang.

Read more

23.06.2020 NL law
Wetsvoorstel stikstofreductie en natuurverbetering: structurele aanpak voor de stikstofproblematiek?

Short Reads - Van 27 mei 2020 tot en met 10 juni 2020 heeft het conceptvoorstel voor de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in internetconsultatie voorgelegen. In dit conceptwetsvoorstel heeft het kabinet zijn nieuwe structurele aanpak van de stikstofproblematiek verankerd. Anders dan het Programma Aanpak Stikstof (PAS) voorziet het conceptwetsvoorstel niet in een systeem voor de toekenning van ontwikkelingsruimte voor vergunningverlening, maar in een systeem waarbij condities en herstel van de natuur in Natura 2000-gebieden voorop staan.

Read more

02.07.2020 NL law
New competition tool: something old, something new, something borrowed

Short Reads - Large online platforms may face more regulatory obligations, whilst non-dominant companies’ unilateral conduct may soon be curbed. The European Commission intends to tool up its kit by adding a new regulation to keep digital gatekeepers in check, as well as providing more clarity on how to define digital markets in its new Market Definition Notice.

Read more

19.06.2020 NL law
Public Consultation on the Industry Carbon Tax Act: levy and trade in dispensation rights

Short Reads - The public consultation on the Industry Carbon Tax Act (Wet CO2-heffing industrie) began on 24 April 2020. The government has already announced the carbon tax in the Climate Agreement. The public consultation comes one year after the bill on the minimum carbon price for electricity production, which is similar to the Industry Carbon Tax Act in several respects, although the bill on the minimum carbon price for electricity generators is only applicable to electricity generators.

Read more