Articles

Annotatie onder Hoge Raad - 29 november 2013

Annotatie onder Hoge Raad - 29 november 2013

04.07.2014 NL law

Het onderdeel betoogt dat het hof heeft miskend dat het wettelijk vermoeden van art. 43 lid 1 aanhef en onder 2° Fw mede betrekking heeft op een transactie waarbij zekerheid wordt gesteld voor een nieuw krediet (zonder dat van voorafgaande kredietverlening tussen dezelfde partijen sprake is).

In het onderdeel ligt de juiste veronderstelling besloten dat op de curator die op de voet van art. 42 Fw buitengerechtelijk een rechtshandeling vernietigt die de schuldenaar voor de faillietverklaring onverplicht heeft verricht, de stelplicht en bewijslast rusten van feiten en omstandigheden die meebrengen dat het faillissement en een tekort daarin met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien voor de schuldenaar en de wederpartij (vgl. HR 22 december 2009, «JOR» 2011/19, m.nt. NEDF (ABN Amro Bank/Van Dooren q.q.)). Volgens de tekst van art. 43 lid 1 aanhef en onder 2° Fw wordt echter wetenschap van benadeling vermoed aan beide zijden te bestaan indien de rechtshandeling waardoor de schuldeisers zijn benadeeld, is verricht binnen een jaar voor de faillietverklaring, de schuldenaar zich niet reeds voor de aanvang van die termijn daartoe had verplicht en het een rechtshandeling betreft ter voldoening van of zekerheidstelling voor een niet opeisbare schuld. Het bewijsvermoeden van art. 43 lid 1 aanhef en onder 2° Fw is een uitzondering op de stelplicht en bewijslast op grond van art. 42 Fw en mag niet ruim worden uitgelegd (vgl. HR 4 februari 2000, «JOR» 2000/87, m.nt. NEDF (Scholten q.q./Van Zwol Wijntjes)). Uit de totstandkomingsgeschiedenis van art. 43 Fw blijkt dat het bewijsvermoeden zijn rechtvaardiging vindt in het verdachte karakter van de rechtshandeling. Dit verdachte karakter berust erop dat de handelingen waarop het bewijsvermoeden betrekking heeft, gewoonlijk zullen worden verricht in het volle bewustzijn dat de schuldeisers erdoor benadeeld worden. Een dergelijk karakter kan niet op voorhand worden toegeschreven aan de rechtshandeling waarin bij het aangaan van een nieuwe kredietrelatie zekerheid wordt bedongen voor de verschaffing van krediet(ruimte), zoals in het onderhavige geval. Het onderdeel faalt derhalve.

Robbert Jan van der Weijden schreef de annotatie bij deze uitspraak. Deze annotatie is gepubliceerd in JOR 2014/213.

Lees de volledige annotatie. 

Related news

18.07.2017 NL law
Registratie van bestuursverboden

Short Reads - De Wet civielrechtelijk bestuursverbod voorziet kort gezegd in de mogelijkheid voor de rechtbank om in geval van faillissement een (oud-)bestuurder of feitelijk beleidsbepaler van een rechtspersoon voor maximaal vijf jaar te verbieden een bestuursfunctie of een functie als commissaris te bekleden. De registratie van deze bestuursverboden in het handelsregister wordt uitgewerkt in een wetsvoorstel tot wijziging van de Handelsregisterwet 2007.

Read more

31.03.2017 EU law
The end of pre-packs? EU Advocate General: automatic transfer of employees in case of a pre-pack

Short Reads - On 29 March 2017, Advocate General Mengozzi rendered his opinion to the EU Court of Justice in the landmark case regarding the Estro pre-packed bankruptcy. Advocate General Mengozzi opines that a pre-pack does not fall under the exception to the EU Directive on transfer of undertakings, so that all rights and obligations of employees of the bankrupt transferor of an undertaking are automatically transferred to the transferee in case of a sale through a pre-pack. If the EU Court of Justice follows this opinion, this would probably mean the end of pre-packs as we currently know them.

Read more

14.03.2017 EU law
Corporate Alert: Prevention of unwanted influences in Dutch telecom

Short Reads - On 16 February 2017, the Department of Economic Affairs published for consultation a draft legislative proposal amending the Dutch Telecom Act to prevent undesirable acquisition or exercise of control over Dutch telecom service providers (the "Proposal"). This Corporate Alert provides a brief overview of the Proposal. Stakeholders can submit their comments until 30 March 2017.

Read more

12.04.2017 NL law
What does a legal entity know?

Short Reads - In civil law many rules rely for their legal effect on the presence of certain knowledge or a certain intention with one of the parties. If the party at hand is a legal entity, like a limited company (besloten vennootschap), it can be difficult to determine what the entity knew. Fragments of information can be present in different parts of the organisation; an officer of the company may have gained his knowledge trough his private life; he may also have a duty of confidentiality.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy and Cookie Policy