Short Reads

Te late publicatie in huis-aan-huis-blad leidt tot verschoonbare termijnoverschrijding

Te late publicatie in huis-aan-huis-blad leidt tot verschoonbare term

Te late publicatie in huis-aan-huis-blad leidt tot verschoonbare termijnoverschrijding

27.09.2013 NL law

Het is niet ongebruikelijk dat er tussen de verzending van een vergunning aan de aanvrager en de bekendmaking van de verlening daarvan in een huis-aan-huis-blad enige tijd zit. Uit een uitspraak van de rechtbank Rotterdam blijkt dat dit niet zonder risico is.

Op grond van de Wabo moet de bekendmaking ‘zo spoedig mogelijk’ plaatsvinden. De rechtbank Rotterdam heeft op 13 juni 2013 (ECLI:NL:RBROT:2013:CA3897) geoordeeld dat een praktijk van een gemeente om de publicatie standaard pas na twee tot drie weken te doen, kan leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding.

Een omgevingsvergunning was op 22 augustus 2012 aan de aanvrager toegezonden. Daarmee was de vergunning bekend gemaakt en ging de bezwaartermijn van zes weken lopen tot 3 oktober 2012. De op grond van de Wabo vereiste publicatie in een huis-aan-huisblad vond pas plaats op 12 september 2012. Het bezwaarschrift werd op 20 oktober 2012, dus te laat, verzonden. De rechtbank oordeelt dat uit artikel 3.9 Wabo volgt dat een bestuursorgaan gehouden is zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van het besluit daarvan mededeling te doen. Ter zitting is namens het bestuursorgaan toegelicht dat de publicatie standaard pas na twee tot drie weken volgt. Volgens de rechtbank is deze praktijk in strijd met artikel 3.9 Wabo, omdat de termijn voor het maken van bezwaar hiermee systematisch wordt bekort. Dit is onder meer reden voor de rechtbank om te oordelen dat sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding. De belanghebbende was ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

In het verlengde hiervan wijzen wij er tevens op dat, als de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) van toepassing is, op grond van de Awb op ten minste één niet-elektronische, geschikte wijze kennis moet worden gegeven van het besluit. Als dit niet wordt gedaan dan is het besluit niet correct ter inzage gelegd. Dit heeft tot gevolg dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift niet aanvangt. Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 31 juli 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:539).

Related news

20.06.2018 NL law
Op weg naar één Europese spoorwegruimte: de aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan het Europese recht

Articles - Het zogenaamde 'Vierde Spoorwegpakket' zal belangrijke gevolgen hebben voor de Europese spoorwegruimte. De Nederlandse regering maakt goede vaart met de aanpassing van het nationale recht aan de eisen die uit het Vierde Spoorwegpakket voortvloeien. Inmiddels is een daartoe strekkend wetsvoorstel aanhangig bij de Tweede Kamer. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft eind vorige maand het verslag van haar bevindingen ten aanzien van het wetsvoorstel uitgebracht.

Read more

20.06.2018 BE law
Boskaart en betonstop: wat brengt de zomer?

Articles - Op een zucht van het zomerreces heeft de Vlaamse Minister van Omgeving toch nog een aantal stevige dossiers op haar bureau. Behalve de felbesproken boskaart en het aan de betonstop gelinkte instrumentendecreet, is het ook uitkijken naar een reactie op een aantal uitspraken van het Hof van Justitie over de milieueffectenbeoordeling van plannen en programma's. Een stand van zaken.

Read more

20.06.2018 NL law
Naar een volwaardig recht op toegang tot de rechter en een eerlijk proces onder het EVRM?

Articles - Het recht op een toegang tot de rechter en een eerlijk proces van artikel 6 EVRM is één van de hoekstenen van dit verdrag. Naast strafzaken en zaken over bestuurlijke boetes vallen de meeste andere geschillen onder het toepassingsbereik van deze bepaling. Dit omdat er volgens de autonome Straatsburgse uitleg al snel sprake is van een geschil over de vaststelling van ‘civil rights and obligations’ als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Read more

13.06.2018 NL law
B&W zijn niet bevoegd om een ontwerp verklaring van geen bedenkingen op te stellen in het kader van een projectomgevingsvergunning

Articles - De gemeenteraad is bevoegd tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) in het kader van een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 aanhef sub a en onder 3 Wabo (de projectomgevingsvergunning). Hoewel de bevoegdheid tot verlening van een dergelijke vergunning berust bij het college van burgemeester en wethouders, is het college niet bevoegd een ontwerpbesluit voor de vvgb voor te bereiden en ter inzage te leggen. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 mei 2018.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring