Articles

Vordering van fiscus tegen bestuurder lopende het faillissement van een vennootschap

Vordering van fiscus tegen bestuurder lopende het faillissement van een vennootschap

Vordering van fiscus tegen bestuurder lopende het faillissement van een vennootschap

05.11.2013 BE law

Recent heeft het Hof van Cassatie de deur iets wijder opengezet voor schuldeisers van een failliete vennootschap om, hangende het faillissement, een individuele vordering in te stellen tegen de bestuurders van de gefailleerde (Cass. 5 september 2013, A.R. nr. C.12.0445.N, www.juridat.be). Concreet mocht de fiscus de niet-betaalde bedrijfsvoorheffing, die opgenomen was in het passief van het faillissement, de facto integraal verhalen op de bestuurders, op grond van foutaansprakelijkheid.

1. Context

 

In de jaren voorafgaand aan het faillissement van een vennootschapsgroep hadden de verschillende vennootschappen van deze groep systematisch nagelaten om de verschuldigde bedrijfsvoorheffing door te storten aan de fiscus. Deze laatste zag zich uiteindelijk gedwongen om zijn vordering aan te geven in het passief van het faillissement. Tegelijk stelde hij ten belope van hetzelfde bedrag een aansprakelijkheidsvordering in ten aanzien van de bestuurders van de gefailleerde vennootschappen, op grond van artikel 1382 B.W.

 

In eerste aanleg verklaarde de rechtbank van koophandel de vordering tegen de bestuurders onontvankelijk omdat de fiscus een vergoeding vroeg voor zijn aandeel in de collectieve schade, terwijl enkel de curator hangende het faillissement een dergelijke vordering kan instellen.

 

Het hof van beroep kwalificeerde het voortzetten van de deficitaire activiteiten en de opbouw van de betalingsachterstand als een burgerrechtelijke fout met individuele schade voor de fiscus tot gevolg. Het oordeelde te dezen dat de weerhouden fout(en) geen collectieve schade had(den) doen ontstaan die gemeenschappelijk was aan alle schuldeisers van de failliete vennootschappen, maar een individuele schade waarvoor alleen de fiscus vergoeding kon vorderen. Het overwoog dat noch de curator noch de andere individuele schuldeisers van de betrokken faillissementen deze rechtsgrond konden inroepen.

 

Volledigheidshalve weze opgemerkt dat de feiten dateren van voor de inwerkingtreding van het huidige artikel 442quater WIB92. Dit artikel voorziet intussen in een specifiek aansprakelijkheidsregime voor het niet doorstorten van de bedrijfsvoorheffing.

 

2. Het arrest

 

Het Hof van Cassatie bevestigt de zienswijze van het hof van beroep.

 

Aldus het arrest:

 

De fout van een bestuurder of een zaakvoerder met betrekking tot het niet doorstorten van de bedrijfsvoorheffing door de vennootschap kan individuele schade opleveren voor de fiscus die erin bestaat dat de bedrijfsvoorheffing niet kan worden geïnd bij de vennootschap.” (eigen onderstreping)

 

De bestuurders voerden verder aan dat de schade nog niet zeker en vaststaand zou zijn, omdat het immers nog niet duidelijk was hoeveel de fiscus later nog zou kunnen ontvangen uit de failliete boedel zelf.

 

Opnieuw het arrest:

 

De omstandigheid dat het onzeker is of een schuldeiser een dividend zal ontvangen uit het faillissement sluit niet uit dat hij jegens een derde aanspraak kan maken op de volledige vergoeding van zijn individuele schade.”(eigen onderstreping).

 

3. Bespreking

 

Algemeen wordt aangenomen dat de curator a.h.w. een monopolie heeft om een rechtsvordering in te stellen tegen een derde-aansprakelijke voor collectieve schade en dat de individuele schuldeiser enkel kan dagvaarden voor een eigen schade die losstaat en dus verschilt van het verlies van zijn schuldvordering in de massa.

 

Een uitzondering daarop vormt de aansprakelijkheidsvordering tot aanvulling van het passief ex art. 530 W. Venn., waarin uitdrukkelijk wordt bepaald dat zowel de curators als de benadeelde schuldeisers deze rechtsvordering kunnen instellen.

 

De beslissing in het voorliggende cassatiearrest dat het hof van beroep, door te oordelen dat de fout van de bestuurders geen collectieve schade heeft doen ontstaan, maar een individuele schade waarvoor alleen de fiscus vergoeding kan vorderen, geen van de ingeroepen wetsbepalingen schendt, verrast bijgevolg (art. 16, 17, 18, 19, 20, 49, 51, 57, 99 Faill.W., 1382 B.W. en het gelijkheidsbeginsel).

 

De vraag rijst of dit arrest niet de mogelijkheid zal bieden aan om het even welke individuele schuldeiser van een failliete vennootschap om tijdens het faillissement vanwege de bestuurder betaling te vorderen van zijn schuldvordering, gekwalificeerd als vergoeding van individuele schade, die erin bestaat dat zijn schuldvordering niet kan worden geïnd bij de vennootschap.

 

Uiteraard vereist de toepassing van artikel 1382 van het B.W. in ieder geval het bewijs dat de bestuurder een fout heeft begaan in de zin van deze wetsbepaling.

 

In de besproken zaak werd als fout in aanmerking genomen: het voortzetten van de deficitaire activiteiten, de opbouw van de betalingsachterstand en het niet doorstorten van de bedrijfsvoorheffing.

 

Verder vereist artikel 1382 B.W. het bewijs van een oorzakelijk verband tussen de fout en de schade, rekening houdend met de verhaalsmogelijkheden die de schuldeiser ten aanzien van de vennootschap zou hebben gehad mochten de bestuursfouten niet begaan zijn geweest. De omvang van de geleden schade ingevolge het foutieve handelen van bestuurders is dus niet ipso facto gelijk aan het nominatief bedrag van de door de vennootschap onbetaald gelaten schuldvordering maar moet alleszins concreet beoordeeld worden.

 

4. Besluit

 

Het onderscheid tussen de begrippen collectieve en individuele schade zorgt in de praktijk voor heel wat discussie.

 

Naar aanleiding van dit arrest komt het dus gepast voor om de bestuurders van vennootschappen te waarschuwen voor individuele vorderingen van schuldeisers tegen hen tijdens het faillissement van de vennootschap, voor fouten gemaakt voorafgaand aan het faillissement.

 

 

All rights reserved. Care has been taken to ensure that the content of this e-bulletin is as accurate as possible. However the accuracy and completeness of the information in this e-bulletin, largely based upon third party sources, cannot be guaranteed. The materials contained in this e-bulletin have been prepared and provided by Stibbe for information purposes only. They do not constitute legal or other professional advice and readers should not act upon the information contained in this e-bulletin without consulting legal counsel. Consultation of this e-bulletin will not create an attorney-client relationship between Stibbe and the reader. The e-bulletin may be used only for personal use and all other uses are prohibited.

Team

Related news

29.09.2020 NL law
Tax Alert: Public consultation additional source taxation on dividends to low tax jurisdictions

Short Reads - On 25 September 2020, the under minister of Finance released a draft legislative proposal open for public consultation until 23 October 2020. The draft legislative proposal includes a source taxation on profit distributions by Dutch companies to shareholders in low tax jurisdictions. It is proposed to enter into force as per 1 January 2024.

Read more

24.09.2020 BE law
Stibbe hosts a webinar on dawn raids organised by IBJ/IJE

Seminar - On 24 September 2020, several Stibbe lawyers ​​​​​explain the rights and obligations of companies when confronted with announced or unannounced raids. What do to when, for example, tax authorities, the competition authorities, police services or a bailiff are at your doorstep?

Read more

15.07.2020 NL law
Emergency Act on Conditional Final Dividend Withholding Tax Levy submitted to Dutch parliament

Short Reads - On Friday 10 July 2020, a member of the Dutch opposition party Groenlinks has submitted an initiative legislative proposal for a Conditional Final Dividend Withholding Tax Levy Emergency Act (the 'Proposal') to Dutch parliament. The Proposal provides for a conditional final Dutch dividend withholding tax ('DWT') levy due in the event of certain cross-border reorganizations.

Read more

08.07.2020 NL law
COVID-19 update and Guidelines published on the Dutch implementation of DAC6

Short Reads - The EU Mandatory Disclosure Directive (“DAC6”), introducing a reporting requirement for intermediaries and/or taxpayers of certain cross-border arrangements that are perceived to be aggressive, is effective as of 1 July in the Netherlands. By his letter of 26 June 2020, the Dutch State Secretary of Finance granted deferral of the Dutch reporting deadlines until 1 January 2021.

Read more