Articles

Administrative Law & Real Estate

Administrative Law & Real Estate

Administrative Law & Real Estate

01.11.2013 NL law

Deze nieuwsbrief bevat een overzicht van de berichten die in november 2013 op Stibbeblog zijn gepubliceerd.

A.  Recente uitspraken

1.  Lichthinder: geen sprake van strijd met de zorgplicht van het Activiteitenbesluit als lichthinder wordt ervaren, of als deze eenvoudig kan worden opgelost

In artikel 2.1 lid 1 van het Activiteitenbesluit is een zorgplicht opgenomen die – kort samengevat – inhoudt dat degene die een inrichting drijft en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het in werking zijn dan wel het al dan niet tijdelijk buiten werking stellen van de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) ontstaan, deze gevolgen zoveel als mogelijk moet voorkomen of moet beperken. Voor bepaalde aspecten is omschreven wat moet worden verstaan onder ‘voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu’ als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 Activiteitenbesluit. Enkele aspecten waarvoor dit bijvoorbeeld is omschreven zijn: energie, bodemverontreiniging, verontreiniging van grondwater, luchtverontreiniging, geluidhinder, geurhinder, lichthinder en stofhinder (artikel 2.1 lid 2 Activiteitenbesluit). Zo wordt bijvoorbeeld onder het ‘voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu’ van lichthinder verstaan ‘het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is tot een aanvaardbaar niveau beperken van lichthinder’. Ondanks deze omschrijving wordt niet direct duidelijk uit artikel 2.1 Activiteitenbesluit wanneer er sprake zal zijn van een overtreding van de zorgplicht. Wat is bijvoorbeeld tot een aanvaardbaar niveau beperken van lichthinder? Dat zal mede uit jurisprudentie moeten blijken. In een recente uitspraak van de Afdeling gaat de Afdeling nader in op de vraag wanneer sprake is van strijd met de zorgplicht met betrekking tot lichthinder (ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1896). LEES MEER

2.  Voor het tijdelijk verstoren van een vleermuis is geen ontheffing nodig

Het komt in de praktijk veel voor dat men een gebouw wil slopen, maar dat zich in dit gebouw vleermuizen bevinden die beschermd worden op grond van de Flora- en faunawet (Ffw) en de Habitatrichtlijn. Wat dan te doen? De oplossing wordt vaak gevonden in het proberen de vleermuizen te laten ‘verhuizen’ naar een nieuw onderkomen door het te slopen gebouw ongeschikt te maken voor vleermuizen. Zo ook in de casus die aanleiding gaf tot de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 november 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:1926). LEES MEER

3.  Wanneer is een evenement een inrichting?

Ook advocaten hebben wel eens vrije tijd. De regels van de Orde geven ook dan aan dat een advocaat zich betamelijk dient te gedragen. Wellicht is dit er mede debet aan dat de meeste advocaten last hebben van een zekere vorm van beroepsdeformatie. Zo ook ik. In mijn vrije tijd mag ik graag evenementen bezoeken. Maar als ik dan op een zonnige septemberdag door de duinen van Vlieland wandel op het muziekfestival Into The Great Wide Open bekruipt mij, naast een geluksgevoel, toch ook altijd de vraag: ‘zouden ze hier wel een natuurbeschermingswetvergunning voor hebben?’ (Ja, dat hebben ze, zoals ik na afloop kon terugvinden op de website van de provincie Friesland.) Een andere ook – althans juridisch – relevante  vraag bij evenementen is of er al dan niet sprake is van een ‘inrichting’ in de zin van milieuwetgeving. Al vele jaren worden er zaken voorgelegd aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin een oordeel over dit onderwerp wordt gevraagd. Op 25 september 2013 is daar weer een uitspraak aan toegevoegd over het evenement Park Hilaria te Eindhoven. Alvorens ik inga op die specifieke uitspraak, zal ik hierna eerst uiteen zetten wat het belang is van de vraag of er sprake is van een inrichting. LEES MEER

B.  Wet- en regelgeving

4.  Wijzigingen in het Bor, Barro en Bro in verband met het permanent maken van de Chw: meer dan verruiming van de regelingen voor vergunningvrij bouwen

Onlangs verscheen het ontwerp van het besluit tot wijziging van (onder meer) het Besluit omgevingsrecht vanwege het permanent maken van de Crisis- en herstelwet. Tot de wijziging behoren:

(i) verruimingen van de regelingen voor vergunningvrij bouwen, tijdelijk planologisch strijdig gebruik en inpandige wijzigingen,
(ii) een wijziging van de maximale instandhoudingstermijn voor een tijdelijk bouwwerk en
(iii) de creatie van een wettelijke basis voor het opnemen van voorwaardelijke verplichtingen in een bestemmingsplan. LEES MEER 
 
5.  Vertrouwen is goed, controle is beter. Maar door wie? Niet door een omwonende in elk geval! 
 
Meerdere milieucalamiteiten bij gevaarzettende bedrijven hebben geleid tot politieke aandacht voor handhaving van de milieuwet- en regelgeving. Waren tien jaar geleden zelfregulering en gedogen nog in, thans zegeviert de beginselplicht tot handhaving. Gedeputeerde Van den Hout van de provincie Noord-Brabant stelt dat hij 15.000 omwonenden wil laten meehelpen bij het uitoefenen van toezicht op bedrijven. Maar kan een burger, een omwonende een rol spelen bij toezicht en handhaving? Dat lijkt een brug te ver! Bezint eer gij begint, zou ik tegen de gedeputeerde willen zeggen. Neem uw eigen rol en taak serieus en vaar op het kompas van het algemeen belang, met hulp van speciaal opgeleide en terzake deskundige ambtenaren. De recentelijk functionerende RUD’s zijn juist opgericht om die expertise te bundelen en de kwaliteit, ook van het toezicht en de handhaving, te vergroten. LEES MEER 
 
6.  Met de bezem door overheidsorganisaties: weg met de productschappen en staatsdeelnemingen? 
 
Het kabinet is voornemens om de product- en bedrijfschappen af te schaffen. Daarnaast hanteert het sinds kort een nieuw uitgangspunt om te bepalen of staatsdeelnemingen of –aandeelhouderschap wenselijk zijn. Hierna wordt een korte beschrijving gegeven van de consultatieversie van de Wet opheffing bedrijfslichamen en de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2013. LEES MEER 
 
7.  Nationaal toewijzingsbesluit emissierechten bekendgemaakt 
 
Op 30 oktober 2013 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu in de Staatscourant bekendgemaakt dat zij het nationaal toewijzingsbesluit broeikasgasemissierechten 2013-2020 (NTB) opnieuw heeft vastgesteld. Tegen het NTB kan beroep worden ingesteld door belanghebbenden tot zes weken na de 30 oktober 2013 bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. LEES MEER 
 
C.  Publicaties 
 
8.  M.e.r.-beoordelingsplicht bij reconstructie en uitbreiding van recreatiepark: ook reeds bestaand oppervlakte meenemen bij toets 
 
Onlangs ging de Afdeling in op de vraag of ten onrechte een m.e.r.-beoordeling achterwege was gelaten voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan voor een reconstructie en uitbreiding en recreatiepark. In deze noot in Bouwrecht bespreken Anna Collignon en Jan van Oosten deze uitspraak. Daarin wordt onder meer ingegaan op het wettelijk kader voor bestemmingsplannen en m.e.r.-plichten en m.e.r.-beoordelingsplichten. Daarnaast worden de voor het bestemmingsplan verleende ontheffing van de provinciale verordening en het daarbij ten onrechte niet betrekken door GS van het ‘landschappelijk belang’ besproken. LEES MEER 
 
9.  De (beginselplicht tot) invordering is geen sinecure 
 
In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 april 2013 komen twee aspecten van de invorderingsbeschikking aan de orde, te weten: de beginselplicht tot invordering en het onderzoek dat ten grondslag moet liggen aan de invordering. Valérie van 't Lam schreef een annotatie bij deze uitspraak in M en R 2013/92. LEES MEER 
  
10.  M.e.r.-beoordelingsplicht ingeval van meerdere ontgrondingen: één project of cumulatie van meerdere projecten? 
 
Onlangs ging de Afdeling in op de vraag of ten onrechte geen m.e.r.-beoordeling was verricht voorafgaand aan de verlening van een ontgrondingenvergunning. De betrokken zandwinning was kleiner dan de drempelwaarde die voor een “directe” m.e.r.-beoordelingsplicht is opgenomen in het Besluit m.e.r., maar wel waren in de directe omgeving nog twee ontgrondingen voorzien. In de noot in Bouwrecht bespreken Anna Collignon en Jan van Oosten deze uitspraak. Daarin wordt onder meer ingegaan op de vraag of de onderhavige ontgrondingen als één project moeten worden gezien gelet op het voorzienbaarheids- en samenhangcriterium. LEES MEER 
 
11.  Weinig verandering in uitspraken over milieuzaken naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wabo 
 
In een artikel in de nieuwsbrief StAB gaat Valérie van 't Lam aan de hand van jurisprudentie na in hoeverre de Wabo voor het milieurecht tot veranderingen heeft geleid. De volgende onderwerpen komen in het artikel aan de orde: de (voorbereidings)procedure, het beoordelingskader voor een omgevingsvergunning voor milieu (de beste beschikbare technieken en geluid, de wijziging en intrekking van een omgevingsvergunning voor milieu, de omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM)) en de handhaving. De conclusie van het artikel is dat de Wabo twee nieuwe milieurechtelijke figuren brengt, te weten de omgevingsvergunning beperkte milieutoets en de lichte omgevingsvergunning (oude artikel 8.19 Wm melding). De Wabo brengt wat betreft jurisprudentie tot op heden niet veel nieuws. LEES MEER 
 
12.  CBb stelt prejudiciële vragen over de verhouding tussen de Cabotageverordening en PSO-verordenin
 
Het CBb heeft op 15 april 2013 (ECLI:NL:CBB:2013:BZ6922) prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de verhouding tussen de Cabotage- en PSO-verordening en de wijze waarop deze verordeningen zich verhouden tot de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000). De kern van het geschil heeft betrekking op de vraag of de concessies voor het exploiteren van een tweetal Waddenveren onderhands gegund mochten worden of dat hiervoor een openbare aanbesteding had moeten plaatsvinden. In deze annotatie van Corine Houtkooper en Annemarie Drahmann, die is gepubliceerd in AB 2013/272, wordt eerst kort ingegaan op de voorgeschiedenis en de feiten in deze procedure. Vervolgens komt het (proces)belang van de appellanten aan de orde. Daarna wordt ingegaan op de kern van de uitspraak: de verhouding tussen de Cabotage- en PSO-verordening en de Wp2000. LEES MEER 
 
13.  Verificatie van eisen in aanbestedingsprocedure 
 
Het gerechtshof Amsterdam kreeg op 9 juli 2013 (ECLI:NL:GHAMS:2013:3398) te oordelen over een Europese aanbestedingsprocedure voor de levering van WMO-hulpmiddelen met bijbehorende dienstverlening die door een aantal gemeenten was georganiseerd. Het arrest is interessant voor marktpartijen die menen dat getwijfeld moet worden aan de prijzen die in een aanbesteding zijn aangeboden door de concurrent. Het hof lijkt de lat voor inschrijvers om bezwaar te maken tegen een vermeende onrealistische lage aanbieding van de concurrent wat lager te leggen. Het feit dat eiseres ‘twijfel zaait’ over de geldigheid van de winnende inschrijving op het onderdeel van de (knock-out eis) kostendekkendheid van bepaalde prijzen, acht het hof voldoende om nader onderzoek te rechtvaardigen. Het hof acht daartoe van belang dat eiseres zeer beperkte mogelijkheden heeft om haar stelling nader te onderbouwen. Van geen van de inschrijvers kan immers worden verlangd dat zij hun aanbiedingen, die concurrentiegevoelige informatie bevatten, in kort geding openbaar maken. In aflevering 7 van het tijdschrift JAAN (Jurisprudentie Aanbestedingsrecht) is een annotatie bij dit arrest verschenen van Babette Blaisse-Verkooyen. LEES MEER 
 
14.  Nieuw procesrecht en 'deresponsabel' bestuur

Op 22 en 23 november 2013 zijn in Gent de preadviezen besproken van Frederic Eggermont (België) en Nico Verheij (Nederland) voor de afdeling publiekrecht van de Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland. Centraal thema is de omgang met de schending van (vorm)voorschriften door de bestuursrechter. Zowel in België als in Nederland is de tendens waarneembaar dat de rechter daaraan in beginsel geen gevolgen verbindt, indien de naleving daarvan niet tot een andere inhoudelijke uitkomst zou leiden. België staat meer aan het begin van deze ontwikkeling dan Nederland, zo blijkt uit de preadviezen. Tom Barkhuysen hieeft hierover een Vooraf geschreven in NJB 2013/2404, afl. 41, p. 2855, welke ook is gepubliceerd op NJBlog. LEES MEER 
 
15.  Is de transparantie bij de verdeling van schaarse vergunningen voldoende gewaarborgd? 
 
In het Unierecht is een ‘transparantiebeginsel’ tot ontwikkeling gekomen. Dit beginsel is in het bijzonder van belang bij de verdeling van schaarse vergunningen.
Dit artikel van Annemarie Drahmann, dat is verschenen in JBplus 2013, p. 141 e.v., beschrijft de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie over het transparantiebeginsel en van de nationale bestuursrechter bij twee soorten schaarse vergunningstelsels, namelijk winkeltijdenwetontheffingen en schaarse vergunningstelsels in APV’s. Op basis daarvan wordt bezien in hoeverre de transparantie bij de verdeling van schaarse vergunningen voldoende is geborgd. LEES MEER 
 
16.  Ten onrechte geen nader onderzoek verricht om te kunnen beoordelen of sprake is van handelingen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen op grond van de Flora- en faunawet moet worden aangevraagd voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend 
 
Op 26 juni 2013 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een interessante uitspraak gedaan over de vraag wanneer een verklaring van geen bedenkingen op grond van de Flora- en faunawet (Ffw) moet worden aangevraagd voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend (ECLI:NL:RVS:2013:57). Uit de uitspraak blijkt dat hier zowel een taak is weggelegd voor de aanvrager van de vergunning als het bevoegd gezag. Fleur Onrust en Annemarie Drahmann hebben een annotatie bij deze uitspraak geschreven die is gepubliceerd in Bouwrecht (BR 2013/132). In de annotatie wordt ingegaan op de vraag wanneer de zogenaamde 'aanhaakverplichting' geldt. In de annotatie gaan we vervolgens ook nog kort in op de vraag wanneer een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) is vereist. LEES MEER 
 
17.  Een nieuw leven voor kantorenfondsen als revolverende subsidiefondsen? 
 
Met veel persgeweld is aangekondigd dat op 27 juni 2012 overheden en marktpartijen het ‘Convenant aanpak leegstand kantoren’ (het ‘Convenant’) hebben ondertekend. Jan Reinier van Angeren beziet in Bouwrecht (BR 2013/127) of het centrale idee achter het sloopfonds zou kunnen worden bereikt door middel van subsidies. Daartoe wordt onderzocht wat het Convenant precies inhoudt. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de afdwingbaarheid. Daarna wordt ingegaan op de mogelijkheid om door middel van subsidies één van de doelstellingen van het Convenant te bereiken door gebruik te maken van de subsidietitel van de Algemene wet bestuursrecht (de ‘ Awb’). LEES MEER 
 
18.  Windparken en leefomgeving: een toelichting op enkele angels uit de besluitvorming 
 
De realisatie van grootschalige windparken op land begint langzaamaan op gang te komen. Na de publicatie van de ontwerp structuurvisie Windenergie op Land is recent het Energieakkoord gesloten, waarin wederom een belangrijke rol is weggelegd voor windparken bij de realisatie van de Europese en nationale duurzaamheidsdoelstellingen. In de praktijk gaat nu de vraag leven: waarmee moet in de besluitvorming voor het project rekening worden gehouden? Windparken hebben vaak een grote impact op de omgeving, zowel de leefomgeving van mensen als het milieu en de flora en fauna. Voor de besluitvorming ten behoeve van een windpark moet naar deze impact worden gekeken. Nu geen windpark gelijk zal zijn aan een ander, zullen ook het onderzoek en de daaraan te verbinden conclusies per windpark anders uitpakken. Dit maakt de realisatie van een windpark weliswaar een interessante, maar ook een complexe aangelegenheid. Marieke Kaajan en Erwin Noordover hebben hierover een artikel geschreven dat is verschenen in BR 2013/134. Het artikel gaat in op de beoordeling van de milieueffecten van windparken, het natuurbeschermingsrecht en de vergunningverlening, waarbij vanwege de omvang van de materie een selectie is gemaakt van de te bespreken aspecten. Aan de orde komen de milieueffectrapportage, het natuurbeschermingsrecht, de geluidsproductie en de landschappelijke inpassing, de omgevingsvergunning en de flexibiliteit in de vergunningverlening. LEES MEER

Team

Related news

20.04.2018 NL law
Impact of the Energy Transition Act (wet VET) on the activities of system operators and energy suppliers

Short Reads - Legislative background On 22 December 2015, the Dutch Senate rejected the legislative proposal "STROOM", which included provisions to effectuate the Dutch Energy Agreement (Energieakkoord), by the narrowest of margins. Subsequently, a substantively similar legislative proposal, the Energy Transition Act (wet VET) was tabled and then shelved, as it was declared "controversial" by the Dutch House of Representatives, meaning that debate on the proposal was postponed until the new Dutch government was in office.

Read more

20.04.2018 NL law
De harmonisering van milieuzones

Short Reads - Een dik jaar geleden schreven wij hier op het Stibbeblog over de eerste uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over een milieuzone (Afdeling bestuursrechtspraak laat de Utrechtse milieuzone in stand). Wij voorspelden toen 388 verschillende milieuzones in Nederland. Ook de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat erkende dat gevaar en schreef in een kamerbrief van 5 april 2018 over de harmonisering van milieuzones. Wij staan daar in dit blog kort bij stil.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring