Articles

Administrative Law & Real Estate

Administrative Law & Real Estate

01.03.2013 NL law

1.  Interactief forum: "Van leegstand naar herbestemming!" 
 
Graag nodigen wij u uit voor het Interactieve forum: "Van leegstand naar herbestemming!" op donderdag 23 mei 2013 in Zuidpark te Amsterdam.

Vele vierkante meters kantoor staan leeg en de vraag is hoe tot succesvolle transformaties gekomen kan worden.

Sprekers op het forum zijn: Maarten van Poelgeest (wethouder Ruimtelijke Ordening, gemeente Amsterdam), Sjoerd Soeters (architect, Soeters Van Eldonk architecten), Robert-Jan Peters (senior director, CBRE Nederland) en Jan Reinier van Angeren (partner Administrative Law/Real Estate, Stibbe).

U kunt zich tot en met 20 mei 2013 aanmelden op www.stibbe.com/leegstand2013.
Hier vindt u ook nadere informatie over de sprekers, het programma, de locatie en achtergrondinformatie over het onderwerp. Deelname aan het forum is kosteloos. 
 
2.  Verslag Expertmeeting Wind op land 
 
Op 31 januari jl. heeft Stibbe de expertmeeting "Wind op land" georganiseerd. Het was een multidisciplinaire bijeenkomst waarin naast de ruimtelijke en milieuaspecten van de planvorming en vergunningverlening, ook de financiering, het vormgeven van burgerparticipatie en de contractering, in het kader van de ontwikkeling van windturbineparken, ter sprake zijn gekomen. Van de expertmeeting is een verslag gemaakt. Dit verslag kunt u hier lezen. 
 
3.  Nieuwe wet- en regelgeving 
 
De wetswijziging die de geldigheidsduur van de Crisis- en herstelwet voor onbepaalde tijd verlengd is op 25 april 2013 in werking getreden.
De wetswijziging (waarvan de volledige naam "Wet van 28 maart 2013 tot wijziging van de Crisis- en herstelwet en diverse andere wetten in verband met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet en het aanbrengen van enkele verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht" is) is op 26 maart 2013 door de Eerste Kamer aangenomen en op 24 april 2013 in het Staatsblad gepubliceerd (Stb. 2013, 144 en Stb. 2013, 145).
Door af te wijken van de vaste verandermomenten voor wetgeving kan gebruik gemaakt (blijven) worden van de in de Chw opgenomen "quick wins". Van belang is wel dat niet alle artikelen van de wetswijziging in werking zijn getreden. Dit betreft een wijziging van de Wabo. Deze artikelen kunnen nog niet in werking treden, omdat zij nog bij algemene maatregel van bestuur nader uitgewerkt moeten worden.

Daarnaast zijn op 1 april jl. de volgende nieuwe wetten in werking getreden:

De Aanbestedingswet 2012
In de vorige nieuwsbrief is de inwerkingtreding al aangekondigd. Sindsdien is de Commissie van Aanbestedingsexperts ingesteld (Stcrt. 2013, 6182). Deze commissie bestaat uit Joop Janssen (voorzitter, en partner bij Stibbe) en Chris Jansen (hoogleraar aan de Vrije Universiteit).
Daarnaast is ook de Regeling modellen eigen verklaring gepubliceerd (Stcrt. 2013, 8061).

De nieuwe toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) is gestart.
De ACM is de samenvoeging van de Consumentenautoriteit, OPTA en NMa. Meer informatie over de ACM is te vinden op de website van de ACM en de Competition law Alert hierover.

Geen verplichte advisering door welstandscommissie
Op 1 maart 2013 is artikel 6.2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) gewijzigd (Stb. 2013, 75).
Sinds deze datum is de verplichting om in het kader van een omgevingsvergunning advies in te winnen bij een welstandscommissie afgeschaft. In plaats van advisering door een welstandscommissie, is het vanaf nu dus ook mogelijk dat het college van burgemeester en wethouders de welstandstoets zelf uitvoert op basis van het welstandsbeleid.

Een overzicht van alle wetswijzigingen is te vinden op de website van Antwoord voor bedrijven

4.  Aanbestedingsplicht bij gebiedsontwikkeling 
 
Advocaat-Generaal Wathelet heeft in zijn conclusie van 11 april 2013 (C‑576/10) geoordeeld dat de publiek-private samenwerking inzake Doornakkers geen aanbestedingsplichtige concessieovereenkomst inhoudt.

De zaak betreft een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Eindhoven en ontwikkelaar Hurks voor de herontwikkeling van de wijk Doornakkers. De overeenkomst omvatte de verkoop van gronden en afspraken over de realisatie van een zorgcentrum, winkels en woningen. De Europese Commissie heeft Nederland voor het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) gedaagd, omdat zij meent dat de samenwerkingsovereenkomst niet zonder Europese aanbesteding gesloten mocht worden. Volgens de Commissie kwalificeert de overeenkomst als concessieovereenkomst voor openbare werken, waarbij aan Hurks exploitatierechten worden verleend als tegenprestatie voor de realisatie van de gebouwen.

Opmerkelijk is dat de A-G primair concludeert tot afwijzing van het beroep omdat richtlijn 2004/18/EG, waar de Commissie haar klachten op baseert, niet van toepassing zou zijn ten tijde van de selectie van Hurks.

Subsidiair komt de A-G tot het oordeel dat de samenwerkingsovereenkomst op meerdere onderdelen voldoet aan de kwalificatie van een concessieovereenkomst voor openbare werken. Zo meent de A-G dat de gemeente, hoewel zij geen eigenaar wordt van de gebouwen, bij de realisatie een rechtstreeks economisch belang heeft (onder verwijzing naar het arrest Helmut Muller, (C-451/08). De transactie levert de gemeente namelijk financieel voordeel op, omdat Hurks betaalt voor voorzieningen die de gemeente anders zelfs zou realiseren. Daarnaast brengen de gebouwen economische activiteiten met zich die de gemeente inkomsten kunnen bezorgen.
Toch meent de A-G dat geen sprake is van een concessieovereenkomst. Volgens de A-G volgen de exploitatierechten namelijk niet uit een concessie, maar uit het eigendomsrecht van de gronden die Hurks heeft verworven.
De A-G concludeert dan ook subsidiair tot afwijzing van het beroep. De A-G merkt hierbij nog op dat deze conclusie kan leiden tot risico's op omzeiling van de aanbestedingsregelgeving. Het arrest van het Hof van Justitie valt dan ook met belangstelling tegemoet te zien.
Terug naar boven 
 
5.  Bekendmaking ontwerp Structuurvisie Windenergie op Land 
 
De Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken hebben een ontwerp Structuurvisie Windenergie op Land (“SWOL”) gepubliceerd tegelijk met het bijbehorende milieueffectrapport (“plan-MER")  en de passende beoordeling

In de SWOL worden de gebieden aangewezen die in beginsel geschikt worden geacht voor de realisatie van windparken met een vermogen van meer dan 100 MW. Voor dergelijke windparken is het Rijk bevoegd om met toepassing van de rijkscoördinatieregeling een rijksinpassingsplan vast te stellen en tegelijkertijd de benodigde besluitvorming te coördineren.

In de SWOL zijn ook de bestuurlijke afspraken tussen het Rijk en de provincies over de doorgroei naar 6.000 MW wind op land opgenomen. De hiervoor noodzakelijke gebieden, waarbinnen windparken met een omvang tussen de 5 en 100 MW kunnen worden gerealiseerd, worden echter niet in de SWOL opgenomen. De verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke inpassing van deze windparken ligt bij de provincies. In de genoemde afspraken is opgenomen dat de provincies de eerste 5.715 MW vóór 31 december 2013 ruimtelijk, planologisch vastleggen.

In het plan-MER zijn zowel de gebieden voor de windparken van nationaal belang als de beoogde gebieden voor de windparken van provinciaal belang onderzocht. Per gebied worden drie inrichtingsalternatieven onderzocht en vervolgens onderling vergeleken. Dit resulteert in een voorkeursalternatief, waarbij enkel de gebieden geschikt voor windparken van 100 MW of meer worden opgenomen.     

Uit kennisgeving van de ontwerp-Structuurvisie in de Staatscourant (Stcrt. 2013, 10437) volgt dat tot en met 30 mei 2013 een zienswijze kan worden ingediend op het ontwerp van de SWOL en het bijhorende plan-MER. Een digitale zienswijze kan worden ingediend op www.centrumpp.nl
  
6.  Bestemmingsplannen en evenemententerreinen, geluidsnormen in een bestemmingsplan aanvaardbaar? 
 
Een complex punt bij het opnemen van een evenemententerrein in een bestemmingsplan is het verzekeren van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden. Een onderzoek naar de gevolgen van een evenemententerrein voor het woon- en leefklimaat dient te geschieden op basis van het gebruik dat representatief is voor de maximale planologische mogelijkheden. Indien uit dat onderzoek volgt dat de gevolgen voor het woon- en leefklimaat aanvaardbaar zijn, dan dienen de uitgangspunten van dat onderzoek te worden neergelegd in de planregels, waarbij wat evenementen betreft met name van belang is het aantal bezoekers per evenement, de aard van de evenementen en het aantal evenementen per jaar (zie o.a. ABRvS 16 februari 2011, TBR 2011/99, r.o. 2.6.3, LJN BP4728).

Zowel de opstelling van een dergelijke planregeling als de handhaving ervan is complex. Praktischer zou het zijn om, wat het geluidsaspect betreft, in planregels op te nemen dat op geluidsgevoelige bestemmingen de geluidsbelasting niet meer mag zijn dan een bepaalde waarde. Op die manier kan eenvoudig worden bewerkstelligd dat op die geluidsgevoelige bestemmingen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Tegen het opnemen van een dergelijke geluidsimmissienorm in een bestemmingsplan verzet zich het uitgangspunt van scheiding tussen ruimtelijke ordening en milieu. Kort gezegd verzet die scheiding zich ertegen dat gebruik of bouwwerkzaamheden direct worden getoetst aan een milieunorm, zoals een geluidsimmissienorm. Een dergelijke geluidimmissienorm heeft geen betrekking op het gebruik van gronden, is daarom niet ruimtelijk relevant zijn en strekt daarom niet tot de goede ruimtelijke ordening (zie bijvoorbeeld KB Hefshuizen (17 december 1987, AB 1988/388)).

In een al wat oudere uitspraak (ABRvS 18 juli 2012, LJN BX1876) lijkt de Afdeling geen waarde te hechten aan die scheiding tussen ruimtelijke ordening en milieu.

Aan de orde was het bestemmingsplan “Toegangspoort Oerlandschap Holtingerveld” van de gemeenteraad van Westerveld. Dit plan voorziet in een evenemententerrein. Een appellant vreest geluidsoverlast te ondervinden van de evenementen. De Afdeling bespreekt de planregeling. Die voorziet er onder meer in dat bij een te houden evenement bepaalde maximale geluidniveaus zijn toegestaan op de gevels van geluidgevoelige gebouwen (het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de dag-, avond- en nachtperiode is onderscheidenlijk 50, 45 en 40 dB(A) en maximaal geluidniveau in deze periodes is onderscheidenlijk 70, 65 en 60 dB(A). Het is verboden de gronden aangewezen voor het evenemententerrein te gebruiken voor evenementen die niet voldoen aan de normen voor het maximaal toegestane geluidsniveau.
De Afdeling overweegt vervolgens dat nu het op grond van de planregels niet is toegestaan dat evenementen plaatsvinden die niet voldoen aan de daarin vermelde geluidnormen, de gemeenteraad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat appellant niet bevreesd hoeft te zijn voor onaanvaardbare geluidhinder als gevolg van evenementen in het plangebied.

Deze aanpak maakt een praktische omgang met evenementen in een bestemmingsplan mogelijk. 
 
7.  Versterking bestuurskracht onderwijs: strengere aanpak financieel en onderwijskundig falen 
 
Bestuurders en toezichthouders van onderwijsinstellingen kunnen straks niet alleen bij financieel wanbeleid maar ook bij onderwijskundig falen worden aangepakt. Dit blijkt uit de Kamerbrief "Versterking bestuurskracht onderwijs" van 20 april 2013. Bestuurders of toezichthouders kunnen worden geschorst of ontslagen of zelfs hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld. Uitgangspunt is dat deze maatregelen pas gebruikt worden als blijkt dat het huidige instrumentarium (bijvoorbeeld governance codes) onvoldoende werkt. In de brief wordt ook voorgesteld de (mede-)zeggenschap van studenten, ouders, leerlingen en onderwijspersoneel te versterken. Verder wordt de informatie-uitwisseling tussen interne toezichthouder en de Inspectie van het Onderwijs wettelijk vastgelegd en komen er strengere regels voor onderwijsjaarverslagen. 
 
8.  Inspectieview Milieu opgeleverd 
 
In maart 2013 is de voorziening Inspectieview Milieu (IvM) opgeleverd. IvM maakt het mogelijk dat toezichthouders via een beveiligde website informatie uitwisselen en opvragen over één inspectie-object. De website bevat bijvoorbeeld informatie over de resultaten van inspecties. Het is de bedoeling dat alle inspectiediensten (zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk), zoals de omgevingsdiensten, het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen, de politie en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zich aansluiten op de voorziening.

IvM heeft twee doelen. IvM biedt ten eerste landelijke, regionale en lokale toezichthouders de mogelijkheid elkaars informatie over objecten van handhaving in te zien. Daarnaast zal het op termijn ook mogelijk worden dat de bedrijven die onder toezicht staan toegang krijgen tot een 'ondernemingsdossier'. De gedachte is dat door IvM de toezichthouder haar professionaliteit kan verbeteren, onnodige toezichtlasten kan beperken, en selectiever (en daardoor effectiever) toezicht kan houden. Meer informatie over IvM is hier te lezen.  
 
9.  Bestuurlijke inrichting Nederland 
 
De kabinetsplannen rondom de bestuurlijke inrichting van Nederland beginnen steeds meer vorm te krijgen. Op 28 maart 2013 is de nota “Bestuur in samenhang. De bestuurlijke organisatie in Nederland” aan de Tweede Kamer aangeboden.    

Daarnaast is een wetsvoorstel tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Kamerstukken 33 597) bij de Tweede Kamer ingediend. Eén van de wijzigingen is de introductie van een nieuwe samenwerkingsvorm voor bedrijfsvoering en uitvoerende taken. Deze nieuwe bestuursvorm zou over rechtspersoonlijkheid moeten beschikken zonder de "zware" bestuursstructuur van het openbaar lichaam (met een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter). Daarmee zou recht kunnen worden gedaan aan de aard van de behartiging van uitvoeringstaken zoals afvalinzameling en groenvoorziening en aangelegenheden op het gebied van bedrijfsvoering, zoals personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, inkoop en huisvesting.

Ten slotte is in het Staatsblad de wetswijziging gepubliceerd waarmee de bevoegdheid van gemeentebesturen om deelgemeenten in te stellen wordt afgeschaft (Stb. 2013, 76).   
 
10.  Onderwijsinstelling is in casu geen “onderneming” waardoor de staatssteunregels niet van toepassing zijn 
 
Op 30 januari 2013 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (LJN BY9933) geoordeeld over het hoger beroep van de niet-bekostigde onderwijsinstellingen LOI en NCOI. Deze instellingen waren opgekomen tegen het besluit van de minister waarbij toestemming werd verleend om een nieuwe opleiding aan de Open Universiteit (een deeltijdse bacheloropleiding HBO-rechten) te verzorgen. Eén van de vragen die aan de orde kwam, was de vraag of deze toestemming ongeoorloofde staatssteun vormde.

Voor staatssteun is van belang of de vermeende steun wordt gegeven aan een onderneming. De Afdeling moest dus beoordelen of de onderwijsinstelling Open Universiteit in dit concrete geval een 'onderneming' is in de zin van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Na advies hierover te hebben ingewonnen bij de Europese Commissie, oordeelt de Afdeling dat het aanbieden van de opleiding door de Open Universiteit niet is aan te merken als een economische activiteit. Door de opleiding te financieren vervult Nederland namelijk zijn sociale, culturele en opvoedkundige taak jegens zijn bevolking. Bovendien dekt de financiering een aanzienlijk gedeelte van de kosten van de opleiding. De Open Universiteit kwalificeert daarom niet als onderneming in de zin van het VWEU, zodat de Europese staatssteunregels niet van toepassing zijn.      
   
11.  Prejudiciële vragen inzake legesheffing bij inzageverzoeken 
 
Het Hof 's-Hertogenbosch heeft op 26 oktober 2012 (LJN BY1384) prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU). In deze procedure is in 2009 aan de belanghebbende een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Zij moet voor de kantonrechter verschijnen omdat zij de boete niet heeft voldaan. Daar stelt zij zich op het standpunt dat zij de berichten van de Officier van Justitie nooit heeft ontvangen. Om aan te kunnen tonen dat de boete vermoedelijk naar een verkeerd adres is gestuurd, verzoekt zij de gemeente waar zij woonachtig is om haar mede te delen welke gegevens er over haar in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) in 2008 en 2009 waren opgenomen. Zij weigert echter de leges van €12,80 te betalen die voor het verstrekte uittreksel in rekening werden gebracht. Volgens haar is het onheus om leges in rekening te brengen voor een uittreksel uit de GBA, omdat dergelijke uittreksels in het maatschappelijk verkeer veelvuldig voor het noodzakelijk bewijs van (de juistheid van) persoonsgegevens dienen. In het kader van deze visie stelt belanghebbende dat haar inzageverzoek is gebaseerd op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Voor Wob-verzoeken geldt dat het niet toegestaan is om leges te heffen, maar dat wel kopieerkosten in rekening mogen worden gebracht (zie hierover ook onze vorige nieuwsbrief).

De heffingsambtenaar stelt daarentegen dat het verzoek is gebaseerd op artikel 79, lid 3 Wet GBA. Het Hof is van mening dat het er niet toe doet naar welke nationaalrechtelijke bepaling het geschil wordt beoordeeld. Het gaat er om of de verstrekking van het uittreksel in overeenstemming is met de vereisten die de Europese Privacyrichtlijn stelt. Hiervoor kijkt het Hof naar artikel 12 aanhef onder (a) van deze richtlijn, en concludeert dat desbetreffende zinsnede op twee wijzen kan worden geïnterpreteerd: (1) de verstrekking van persoonsgegevens dient plaats te vinden zonder bovenmatige (vertraging of) kosten, of (2) de verstrekking van persoonsgegevens dient plaats te vinden zonder (bovenmatige vertraging of) kosten. Van de gekozen interpretatie hangt af of wel (onder bepaalde voorwaarden) of geen leges mogen worden geheven. Het Hof besluit daarom prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU.   

De Privacyrichtlijn is onder meer in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geïmplementeerd. Deze is in casu echter niet van toepassing omdat voor de GBA een uitputtend privacyregime is neergelegd in de Wet GBA. Bij de implementatie van de richtlijn in de Wbp is er vanuit gegaan dat de interpretatiewijze die toestaat dat de verantwoordelijke kosten in rekening brengt bij het voldoen aan een inzageverzoek (de eerste interpretatiemogelijkheid van het Hof) de juiste is. Het is daarom opmerkelijk dat het Hof prejudiciële vragen stelt. Zodra de antwoorden van het HvJEU binnen zijn, berichten wij u nader.    

12.  NeR-stoffenlijst als open data gepubliceerd 
 
De stoffenlijst uit de Nederlandse Emissierichtlijn Lucht (NeR) is door Kenniscentrum Infomil gepubliceerd als open data. De data is beschikbaar via het open data portaal van de Rijksoverheid.

Deze NeR-stoffenlijst is een database met ongeveer 250 stoffen. Van elk van deze stoffen zijn het CAS-nummer, de NeR klasse, de grensmassastroom en de emissie-eis opgenomen. De stoffenlijst wordt ontsloten als tabel, als web-app en als open data.
De stoffenlijst is als open data beschikbaar voor partijen die de dataset samen met andere informatie rond de milieuvergunning (omgevingsvergunning) kunnen toepassen in bijvoorbeeld een checklist voor handhaving en toezicht Wet milieubeheer. Niet alleen toezichthouders en vergunningverleners van de milieuvergunning, maar ook bedrijven kunnen van de lijst gebruik maken, omdat met behulp van de lijst kan worden bepaald welke eisen gelden voor de luchtemissies van de in de lijst genoemde stoffen.

13.  Internetconsultatie Wet Mediation (ook voor bestuursrecht) gestart 
 
Op 25 april 2013 is de internetconsultatie van de Wet Mediation gestart.
De consultatie betreft het voorontwerp van een initiatiefwetsvoorstel van Tweede Kamerlid Van der Steur over mediation en bestaat uit drie wetten:

1. Wet registermediator;
2. Wet bevordering van mediation in het burgerlijk recht;
3. Wet bevordering van mediation in het bestuursrecht.

Het doel van de regeling is het professionaliseren en bevorderen van het gebruik van mediation.

Tot en met 23 mei 2013 kunnen belangstellenden hun reactie geven op dit wetsvoorstel op http://www.internetconsultatie.nl/mediation
 
14.  Stand van zaken wetgeving 
 
Hieronder volgt een kort overzicht van de stand van zaken van diverse wetsvoorstellen.

Omgevingswet.
In april heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu een aantal informatiebijeenkomsten 'Verder op weg naar de Omgevingswet' georganiseerd. De presentaties die bij deze bijeenkomsten zijn gegeven, zijn hier te vinden. Het ministerie verwacht dat het wetsvoorstel nog in 2013 aan de Tweede Kamer kan worden aangeboden. De verwachte datum van inwerkingtreding is in 2018.

Daarnaast heeft Stibbe onlangs de website http://www.pgomgevingswet.nl/ gelanceerd. Op deze website kunt u de toetsversie van de Omgevingswet van 28 februari 2013 bekijken. Op de website PG Omgevingswet zijn het wetsvoorstel en de memorie van toelichting van de toetsversie samengevoegd zodat u in één oogopslag kunt zien wat met een artikel wordt bedoeld.

Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten.
De Eerste Kamer heeft op 30 januari 2013 de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten aangenomen. De wet is gepubliceerd in Stb. 2013, 50 en zal naar verwachting op 1 juli 2013 in werking treden.

Wet natuurbescherming.
Het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zijn op 20 augustus 2012 aan de Tweede Kamer aangeboden. Op 21 december 2012 heeft de Minister van EZ in een brief aan de Tweede Kamer bericht dat het wetsvoorstel zal worden aangepast. In de procedurevergadering van woensdag 30 januari 2013 van de vaste commissie voor EZ is de staatssecretaris van EZ verzocht de Tweede Kamer schriftelijk een indicatie te geven wanneer de aanpassing op het wetsvoorstel naar de Kamer komt.

Aanbestedingswet.
Deze wet is op 1 april 2013 in werking getreden. In de vorige nieuwsbrief was de inwerkingtreding al aangekondigd. Sindsdien is de Commissie van Aanbestedingsexperts ingesteld (Stcrt. 2013, 6182)
Daarnaast is ook de Regeling modellen eigen verklaring gepubliceerd (Stcrt. 2013, 8061).

Wet houdbare overheidsfinanciën (HOF).
Op 23 april 2013 is dit wetsvoorstel door de Tweede Kamer aangenomen. Het verslag van de stemmingsuitslagen is hier te lezen. Alle kamerstukken van het wetsvoorstel, inclusief de ingediende amendementen, zijn hier te vinden.  
  
15.  Publicaties 
 
Ontwikkelingsruimte met de PAS, of toch niet?
Marieke Kaajan, preadvies voor de Vereniging van Agrarisch Recht.
Op vrijdag 19 april 2013 vond de jaarvergadering van de Vereniging van Agrarisch Recht plaats. Tijdens deze vergadering heeft Marieke Kaajan haar preadvies gepresenteerd. Dit preadvies gaat over de ontwikkelingsruimte die met de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) zou moeten worden gecreëerd en is hier te downloaden. Het preadvies bevat een beschrijving van de wettelijke systematiek en van de concept-PAS zoals deze nu beschikbaar is. Kern van het preadvies is de vraag of de PAS in de praktijk het gewenste resultaat zal kunnen hebben en welke risico's zich op dat vlak voor concrete projecten kunnen voordoen.
      
Kroniek algemeen bestuursrecht: roerige tijden
Tom Barkhuysen en Willemien den Ouden, NJB 2013/787
   
Ontwikkelingen in het ruimtelijke ordeningsrecht in 2012
Jan van Oosten en Hugo Doornhof, BR 2013/52
    
Een duiding van complexe besluitvorming en een voorstel voor de beoordeling van complicerende factoren
Erwin Noordover, Jonge VAR-reeks 11
   
Fusies in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs: handvatten bij de toepassing van de fusietoets
Tom Barkhuysen en Machteld Claessens, School en Wet 2013, afl. 1, p. 12-19
          
Op naar een transparant(er) 2013; een overzicht van één jaar transparantierechtspraak
Annemarie Drahmann, TBR 2013/24 en TBR 2013/41
        
Handhaving, Bestuursdwang, Spoedeisende bestuursdwang, Kostenverhaal, Overtreder
Tijn Kortmann en Fleur Onrust, noot bij ABRvS 31 oktober 2012, JM 2013/1
     
Wijziging revisievergunning hangende beroep; oude recht Wm van toepassing op wijziging, en niet de Wabo
Anna Collignon, noot bij ABRvS 16 januari 2013, M en R 2013/37
                  
Geweigerde omgevingsvergunning voor milieu vanwege het gevaar voor de verspreiding van dierziekten
Valérie van 't Lam, noot bij ABRvS 28 november 2012, StAB 1/2013
             
Varkenshouderij en co-vergistingsinstallatie kwalificeren niet als één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
Valérie van 't Lam, noot bij ABRvS 27 december 2012, AB 2013/98
                 
Op een onjuiste rechtsmiddelenverwijzing mag, behoudens kennelijke misslagen, uit een oogpunt van rechtszekerheid worden vertrouwd
Valérie van 't Lam, noot bij ABRvS 5 september 2012, M en R 2013/62
                 
Bestuursprocesrechtelijke rechtsvinding ten aanzien van de invorderingsbeschikking
Thomas Sanders, noot bij ABRvS 19 december 2012, AB 2013/104
        
Invordering op verzoek van een derdebelanghebbende
Thomas Sanders, noot bij ABRvS 5 december 2012, AB 2013/82
            
Kostenverhaalsbeschikking bij een last onder bestuursdwang
Thomas Sanders, noot bij ABRvS 5 december 2012, AB 2013/54
             
Procesbelang bij een handhavingsverzoek
Thomas Sanders, noot bij ABRvS 28 november 2012, JM 2013/16
            
Handhaving bij het besluit bodemkwaliteit en de uitleg van het begrip ‘vermenging'
Thomas Sanders, noot bij ABRvS 27 december 2012, JM 2013/17
               
Beleidswijziging hangende bezwaar: door de introductie van een nieuw toetsingscriterium wordt schaarste gecreëerd en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel gehandeld
Annemarie Drahmann, noot bij Rb. Almelo 21 december 2012, AB 2013/77 

Team

Related news

15.11.2017 BE law
Hof van Cassatie trekt streep door eerste schadevergoeding toegekend door Raad van State

Articles - Opdat aan de Raad van State een ontvankelijk verzoek tot schadevergoeding zou kunnen worden gericht, is onder meer vereist dat er een arrest voorligt waarin de Raad van State de onwettigheid van een handeling vaststelt. Het Hof van Cassatie verduidelijkt in een arrest van 15 september 2017 wat moet worden begrepen als een "arrest waarbij de onwettigheid wordt vastgesteld". Een arrest dat de intrekking vaststelt, valt er volgens het Hof niet onder.

Read more

10.11.2017 BE law
Brussel hertekent stedenbouwkundig landschap (DEEL 2: VERGUNNINGEN)

Articles - Met een grondige facelift van de bestaande regels in het Brussels Wetboek Ruimtelijke Ordening (BWRO), wil het Brussels Gewest projectontwikkeling flexibeler maken en sneller doen vooruitgaan. Het Brussels parlement heeft de hervorming van het BWRO op 13 oktober 2017 goedgekeurd.  Een aantal nieuwigheden lijken overgewaaid uit de Brusselse regels inzake milieuvergunningen en uit het Vlaamse Gewest. Hierna een overzicht van hetgeen u zeker niet mag missen.

Read more

07.11.2017 NL law
7 December 2017: Anna Collignon and Marleen Velthuis give a lecture about administrative and criminal enforcement action under environmental law

Speaking slot - On 7 December, lawyers Anna Collignon (administrative law) and Marleen Velthuis (criminal law) will give a lecture at the University of Amsterdam (UvA) about the possible enforcement action that companies could face under environmental law. They will  focus on the area where administrative supervision turns into a criminal investigation and provide insight into the different rules and obligations for each stage of the investigation.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy and Cookie Policy